Mijn twee minuten met kardinaal Martini

Veel anekdotes gelezen over kardinaal Martini de afgelopen dagen. Dit is de mijne. Hij duurt niet lang. Ongeveer twee minuten. 

In 1992 was ik op een interreligieuze ontmoeting in Leuven, die  georganiseerd was door Sant’Edigio. Ook Martini was aanwezig. Na twee dagen van aarzelen en omtrekkende bewegingen, stapte ik op hem af met de vraag of ik naar Milaan kon komen om hem te interviewen. Hij zei niets maar keek naar de plastic badge met mijn naam erop die om mijn hals hing.

‘De naam Stijn, waar komt die vandaan?’

‘ Mijn doopnaam is Augustinus’, antwoordde ik.

‘U moet heel trots zijn op zo’n schitterende doopnaam’ , zei Martini bijna plechtig.

‘Dat ben ik ook. Maar dat interview , zou dat een keer kunnen?

‘Regel het maar met mijn secretaris. U kunt hem moeilijk over het hoofd zien’, zei hij en liep weg.

Zijn secretaris liep achter hem aan. Die kon je inderdaad moeilijk over het hoofd zien. Zelden zo’n dikke priester gezien. Het interview is nooit doorgegaan. Het bleef bij die twee minuten in Leuven. 

Afgelopen vrijdag overleed kardinaal Carlo Maria Martini. Hij was al enige tijd ernstig ziek en had geen zin meer in verdere behandelingen.  Martini was rector van de Gregoriana Universiteit in Rome toen paus Johannes Paulus II hem in 1979 verrassend tot aartsbisschop van Milaan benoemde. Naar verluidt om er zo voor te zorgen dat Martini  geen generaal-overste van de Jezuïeten zou worden.

In de 22 jaar dat op de zetel van Ambrosius zat, ontwikkelde Martini zich tot de misschien wel meest gerespecteerde kerkleider van Europa. Na die andere gigant, paus Johannes Paulus II. Misschien was nog wel zijn belangrijkste verdienste, zoals Robert Mickens in The Tablet schreef, dat hij katholieken liet zien hoe je op een creatieve, maar tegelijkertijd loyale manier kon omgaan met de  leer van de Kerk.  Als het om condooms of de positie van de vrouw ging , maar hij liet het ook zien als hij over amoede of moslims sprak. 

Martini was de gedurende de jaren tachtig en negentig  de gedoodverfde opvolger van Johannes Paulus II, maar hij was te lang kroonprins. Toen er in 2005 eindelijk een conclaaf kwam, was Martini te ziek om nog een rol van betekenis te vervullen. Bovendien waren de verhoudingen in het kardinalencollege inmiddels ingrijpend veranderen.  Het midden was naar rechts opgeschoven en van een ‘linkervleugel’ binnen het kiescollege was geen sprake meer.  Ratzinger werd razendsnel tot paus gekozen en Martini kreeg maar een paar stemmen.

Afgelopen dagen defileerden zo’n 200.000 mensen lang zijn kist die was opgesteld voor het hoogaltaar van de dom in Milaan. In Italië was een Martini een zeer gerespecteerde publieke figuur. Vooral door  de tientallen boeken die hij schreef. Ook had hij een aantal jaren elke zondag een veel gelezen “Vraag het maar aan Martini‘ rubriek in de Corriere della Sera.

Misschien is ‘Nachtelijke gesprekken in Jeruzalem’ wel zijn mooiste boek . In de nacht van  de Heilige Stad voelde hij zich vrijer dan ooit om zijn visie op te kerk te verwoorden. In Rome was het daglicht wel erg fel geworden.  Hij praat over een arme en bescheiden kerk, onafhankelijk van de grillen van de machtigen der aarde; van een kerk die de gelovigen de ruimte biedt; van een kerk die inspireert; van een jonge kerk. ‘Nu ik oud ben geworden, droom ik niet meer. Maar ik bid voor de kerk’. In Nederland was Martini onbekend,  net als zijn publicaties. In de betere Nederlandse boekhandels  struikel je over de zelfhulpboeken  van een ijverige monnik uit Duitsland, maar Martini is er niet te vinden. En dat is jammer.

Hij  laat een leegte achter, ook al was hij vijfentachtig. Het is tekenend voor  de intellectuele armoede in de Europese Kerk.  Wie filosofeert er nu nog met gezag en creativiteit  over de toekomst van de Kerk?  Kardinalen als Martini worden in het huidige pontificaat niet meer gecreëerd.  Toch lijken Benedictus en Martini meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken.  Om te beginnen zijn ze in hetzelfde jaar geboren.  Beiden  zijn  groot geworden in de universitaire wereld en Martini was van mening, net als Benedictus,  dat bijbelstudie een middel is om het Goddelijke beter te leren kennen. Verder deelden ze een grote liefde voor de kerk.  Toen Benedictus in juni in Milaan was, stond hij erop Martini een bezoek te brengen.  

Maar er was ook een groot verschil.

Martini zocht contact met de wereld buiten zijn kathedraal. Hij zette de deuren van de Dom open voor jongeren, om met ze te bidden en naar ze te luisteren. Benedictus zit het liefst in zijn bibliotheek. Onder zijn pontificaat keert de Kerk zich steeds meer naar binnen.  De ramen open of langzamerhand meer dicht?  Het is misschien wel de belangrijkste vraag waar een volgend conclaaf zich over moet gaan buigen.

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube