Afscheid van D.

D. en ik leerden elkaar zo'n vijftien jaar geleden in Rome kennen. We kwamen elkaar tegen in een kerk. Het was vriendschap op het eerste gezicht. Zij was zo'n vijfentwintig jaar ouder dan ik, maar er was een zielsverwantschap tussen ons die je in je leven maar een paar keer tegenkomt. Nee, er was niets romantisch tussen ons.

We dineerden veel, vaak met een vaste groep vrienden en soms alleen. Dan filosofeerden we over het katholiek geloof. Of ze stelde me gerust als ik weer eens dacht dat ik een dodelijke ziekte onder de leden had. D. was ook van de levenslessen. Dan zei ze dingen als: "Stijn, je moet niet te lang hetzelfde werk doen. Is nooit goed."

Misschien was ze voor mij wel de verpersoonlijking van de stad Rome: veel meegemaakt en daardoor levenswijs. Relativerend en daardoor bron van troost.

Een jaar of zeven geleden dronken we wat op de Piazza Cavour, achter het grote justitiepaleis. Ze was een tijd in Nederland geweest. Haar broer was overleden. "Ik stond naast hem en toen wist ik het zeker: er is niks na de dood." Ik bracht haar naar haar auto toen ze mijn arm greep. Ze wankelde. "Ik ben de laatste tijd zo duizelig. Misschien moet ik maar eens naar de dokter."

Ze ging naar de dokter en naar nog een dokter. Het was het mis, goed mis. Niets meer aan te doen. D. trok zich terug in haar flat en wilde niemand meer zien, zoals een kat die weet dat het einde nadert zich ergens op zolder verstopt om te gaan sterven. Ik kreeg nog één sms van haar, maar hoe ik het ook probeer, ik kan me niet precies herinneren wat erin stond. Iets van: Ik bel je nog. Zoiets.

Ik heb nooit meer iets van haar gehoord.

Nu ligt ze al weer een tijdje samen met duizenden andere dode Romeinen op een grote begraafplaats buiten de stad. Ik wilde er al heel lang een keer heen, steeds kwam er wat tussen. Maar vandaag ga ik naar D. toe.

Om bij die begraafplaats te komen is nog een heel gedoe. Ik moet een bus nemen naar het ministerie van Marine en daar weer een andere bus pakken. Die tweede bus laat ruim een half uur op zich wachten. Ik sta in de zon en denk aan D. Dat ze zoveel rookte en dat ik altijd zei dat ze reed als een vent en dat ze dan moest lachen. Als de bus arriveert, is-ie compleet leeg. Hij ruikt naar wierook. Twee haltes later stappen nog een man en een vrouw in. Daar blijft het bij.

Na veertig minuten rijden zijn we bij de begraafplaats. Ik stap uit en koop bij een bloemenstal een geel boeket voor op haar graf. Eerst moet ik naar het kantoor van de begraafplaats, want ik heb geen idee waar D. ligt. De man achter het loket vraagt me haar naam op te schrijven. Hij voert de naam van D. in : "Niets te vinden, weet u zeker dat de naam klopt?" Hij tikt en klikt nog wat. "Hier heb ik mevrouw, ze staat in een ander bestand. Vak 112 c, rij 15, graf 10." Met een blauwe pen tekent hij op een kaart waar ik moet zijn.

D. en ik hebben ooit nog samen op deze begraafplaats rondgelopen. Haar man lag er begraven en ook mijn Italiaanse oom wacht hier, in een soort van dodenflat, op de opstanding. We zwierven er een hele middag rond en vroegen ons af hoe de hemel eruit zou zien. Ik weet nog dat D. toen nog wel de mogelijkheid openliet dat er na de dood nog iets zou zijn. "Lijkt me gezellig, jongen."

Ik moet lang naar haar zoeken. Tientallen graven glijden er langs mijn ogen. Op bijna elk graf staat een foto van de overledene. Ze kijken me aan en lachen me toe alsof ze willen zeggen: "Dood? Ben je mal. Ik leef." Giovanni met zijn goed gecoiffeerde snor, Ubaldo die maar 49 werd en Bianca die nog gewoon haar zonnebril op heeft.

Ik ben al vier keer rij 15 van vak 112 c langsgelopen, als ik plotseling de foto van D. op een rotsblok zie. Ik schrik. Niet van de foto - ze ziet er prachtig uit - maar van het gevoel dat ze er heel even weer is. Alsof ze aan de andere kant van de deur staat. Maar dan zie ik het houten kruis met haar naam en sterfdatum erop en is ze er opnieuw nooit meer. Een siddering, meer was het niet.

In de bus terug naar de stad zijn we meer met weinigen. We kijken elkaar aan. Een korte blik van verstandhouding. Lotgenoten zijn we, overlevenden tegen wil en dank.

 

 

Deze column verscheen eerder in Tropuw op 18 februari 2017. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube