Zingen als oefening voor het eeuwige leven


Op een van die mistige dagen waarvan er aan het einde van het vorig jaar zoveel waren, moest ik aan Benedictus XVI denken. Ik stelde me voor hoe hij in dat klooster midden in Vaticaanstad waar hij tegenwoordig woont, een boek zat te lezen. Iets van Augustinus of zo. Zijn privésecretaris omschreef de emeritus-paus onlangs als een kaars die langzaam aan het uitgaan is. Ik hou meer van het beeld van een man die langzaam in de nevel verdwijnt tot er een dag komt dat wij hem niet meer kunnen zien en hij niet meer naar ons terug kan.

In zo'n zelfde nevel reed ik onlangs naar de abdij Sint Benedictusberg (vlakbij Vaals) om de vespers bij te wonen. De deur die naar de kloosterkerk leidde, stond open. Daarachter was het licht. Het kon niet anders of hier werd een groot geheim bewaard. De benedictijnen bidden de getijden en vieren de eucharistie in het Latijn op een manier die Benedictus XVI moet aanstaan. Trouw aan een eeuwenoude traditie, zonder overbodige toevoegingen. Een 'oefening vooraf , een voorspel van het toekomstige, eeuwige leven', zoals Benedictus schreef in 'De geest van de liturgie', een boek dat nog onder de naam Joseph Ratzinger in 2000 uitkwam.

De kloosterkerk van deze abdij werd met strakke hand ontworpen door de benedictijn dom Hans van der Laan (1904-1991). Een kale, rechthoekige ruimte met aan weerszijden zware, eveneens rechthoekige kolommen. Bovenin een paar ramen waardoor je de lucht ziet, maar de scheiding van de rest van de wereld is compleet.

Precies om vijf uur kwamen de monniken binnen, als laatste de abt. De monniken gingen in de al even strakke koorbanken links en rechts zitten, vader abt achterin. En toen begonnen ze te zingen. Zacht, zoals Herman Finkers het graag hoort.

Liturgie en architectuur waren hier niet alleen compleet in balans, ze versterkten elkaar.

Eenzelfde effect trof ik zes dagen later aan in Muziekgebouw Eindhoven bij de manifestatie '50 jaar katholiek in Nederland'. Kritische katholieken vierden hier wat er in die vijftig jaar 'binnen en aan de randen van de katholieke kerk is gegroeid, vaak tegen de klippen op'. Er werd ook een geloofsboek van Huub Oosterhuis gepresenteerd. U kon erover lezen in deze krant.

Het had iets van een bijeenkomst van oud-verzetsstrijders met toespraken die herinnerden aan lang vervlogen tijden. Bisschoppen die niet willen luisteren hier, de almacht van Rome daar en nog zo wat klippen. Maar er werd vooral gezongen, liederen van Huub Oosterhuis. Krachtig, vol overtuiging, ontroerend mooi.

Nog nooit maakte de evergreen 'De steppe zal bloeien' zoveel indruk op mij. Dat kwam ook door de omgeving van de schouwburg die, zoals iemand na afloop opmerkte, misschien beter geschikt is voor het werk van Oosterhuis dan al die neogotische kerken, waar die prachtig gefabriceerde zinnen over Hem die er zal zijn, te pletter lijken te slaan tegen pilaren, gewelven en heiligenbeelden. In dit Eindhovense theater had de taal van de dichter en theoloog alle ruimte door de bijna perfecte akoestiek en de afwezigheid van galm.

Diezelfde avond was ik getuige van het omgekeerde: theater in een kerk. Mijn favoriete Nederlandse band, de Nits, gaf een concert in De Duif te Amsterdam. Ooit beleden vrome katholieken in deze kerk aan de Prinsengracht hun geloof, nu zijn er evenementen en concerten en houdt een oecumenische basisgemeente er vieringen. Bijna alles was er nog: het tabernakel, leeg naar ik veronderstel, preekstoel en beelden van vertrouwde heiligen. Zo meende ik links van het drumstel de heilige Willibrord te ontwaren. En ik kan me vergissen, maar deinde hij nou lichtjes mee met 'Nescio', de grote hit van de Nits?

Hier dwong de omgeving respect af en kleurde het concert op bijzondere wijze. Het publiek, jonger dan in Eindhoven, gedroeg zich even devoot als gelovigen bij een Latijnse hoogmis. Praten was bijna taboe, telefoons bleven verborgen en alleen als de voorganger het aangaf werd er meegezongen. Maar toen zanger Henk Hofstede op een grote trom sloeg en er op het priesterkoor een bescheiden lichtshow ontstond, werd de delicate balans toch verstoord. Geen oefening vooraf meer.

Eerder een krasje op een rijk en dierbaar verleden.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw op 7 januari 2017. 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube