Het verrijdbare altaar als symptoom van neergang

Ik was er even niet, lag in bed. Griep, leuk woord voor iets vervelends. Mijn lichaam deed pijn en voelde als het altaar van de Plechelmuskerk in Saasveld. Na de sloop wel te verstaan. Saasveld, ik sprak de naam een paar keer hardop uit in mijn donkere slaapkamer. Niemand reageerde.

Ik ging naarmate mijn ziekte aanhield steeds meer denken aan die stenen tafel in die dorpskerk, ik werd het altaar van Saasveld. Je zal als altaar maar tientallen jaren in die kerk staan. Je wordt met eerbied behandeld en er wordt elke zondag een mooi kleed over je heen gelegd. Ja, je wordt zelfs gekust omdat je symbool van Christus bent. En dan word je na een paar buurtpraatavonden en een parochieavond in stukken gezaagd om een muziekuitvoering mogelijk te maken. Bij meerderheid van stemmen.

Afgedankt, afgemaakt en afgevoerd. Voor jou zo tien andere (verrijdbare) altaren.

Het parochiebestuur wist van niets, het aartsbisdom Utrecht was boos en de locatieraad die verantwoordelijk was voor de sloop, werd ontslagen. In het AD zag ik een foto van de voorzitter van die locatieraad. Het leek me een aardige man. Volgens hem had niemand er in Saasveld erop gerekend dat het bisdom zijn plan om de kerk multifunctioneler te maken met een veto zou blokkeren. "Wat hier is gebeurd, wordt zeer breed gedragen. 99,9 procent van de Saasveldse bevolking staat hier achter."

Noord-Koreaanse toestanden in Twente.

De kerk was ontheiligd en moest tijdens een speciale boeteviering worden teruggewonnen voor God. Daar waren vijftien gelovigen bij aanwezig. Dat zal die 0,1 procent wel geweest zijn die tegen de sloop was. Natuurlijk waren er weer gelovigen die kardinaal Eijk de schuld gaven van alle commotie. Hij wordt zo langzamerhand verantwoordelijk gehouden voor zo'n beetje elke klemmende kerkdeur in zijn bisdom. Maar hij nam het volgens mij terecht op voor de heiligheid van een kerkgebouw.

Ondertussen werd zo'n 130 kilometer naar het westen een ander katholiek monument deels met de grond gelijk gemaakt. In Hilversum werd een begin gemaakt met de afbraak van de KRO-studio. Ook een vorm van ontheiliging. Nóg een gat in mijn toch al zo broze lichaam.

Ik ken die studio goed. Als jongen van zeven ging ik met mijn ouders naar een uitzending van het KRO-radio programma 'Van twaalf tot twee' dat gepresenteerd werd door Ted de Braak. Er zat een heus orkest in die grote studio en Kees Schilperoort deed het spelletje 'Raden Maar'. Na afloop dronk mijn vader koffie uit een kopje waar het logo van de KRO op stond, dat weet ik nog goed.

Later ging ik bij de KRO werken en ben ik van die studio en het gebouw erom heen gaan houden. Het paste me, zoals een favoriete trui. De prachtige bestuurskamer met die lange tafel, de muurschildering van Charles Eyck en de glas-in-loodramen van Joep Nicolas. In 2000 verhuisde de KRO naar een anoniem kantoorgebouw elders in Hilversum. Het oude pand werd verkocht, maar er werd weinig mee gedaan. Af en toe reed ik er nog langs. Daar lag mijn trui, blootgesteld aan regen en wind.

Nu is het KRO-gebouw ooit in 1938 daar neergezet met geld van de Nederlandse katholieken. Maar toen deze kathedraal van de verzuiling in verval raakte, waren er maar weinig Nederlandse katholieken die het iets kon schelen. Ook nu een deel uiteindelijk gesloopt wordt, merk ik weinig van rouw. Behalve bij oud-collega's en Hilversumse liefhebbers van architectuur. Veel liefde voor hun eigen gebouwen lijken de katholieke gelovigen van Nederland niet te hebben, al is die mooie bestuurstafel van de ondergang gered. Als een gebouw zijn nut heeft gehad, mag het vaak weg.

Een uitzondering maken de katholieken voor hun eigen kerk. Die moet voor alles blijven. Binnen in het godshuis zijn zij de baas. En dus mag een altaar weg om plaats te maken voor een muziekuitvoering. Alweer dat eeuwige nutsdenken dat de overhand heeft.

Ik ben geen profeet en ook geen historicus, maar ik kan me voorstellen dat als er over vijftig jaar wordt teruggekeken op de geschiedenis van het Nederlands katholicisme, de zaterdagse viering die als zondagse viering geldt en multifunctionaliteit van het kerkgebouw, als symptomen van de neergang worden aangewezen.

O ja, en verrijdbare altaren natuurlijk.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 10 december 2016. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube