Wachten op God in een heilige spelonk

De klim naar het klooster van de heilige Benedictus in Subiaco is steiler dan ik dacht. Mariano heeft mij hier vijf minuten geleden afgezet en is meteen teruggereden naar Rome. De parkeerplaats was uitgestorven toen we aan kwamen rijden.

Ik heb nog maar veertig meter geklommen of ik ben al buiten adem. Als ik even stilsta en weer achterom kijk, zie ik dat een man mij achterna komt. Hij heeft een bruin jack aan en een opvallend grote neus. Ik zie dat de man snel dichterbij komt, sneller dan ik zou willen. Ik ga harder lopen. Het pad wordt nu nog steiler, wat is het: tien procent stijgingspercentage? Rechts van mij loopt een muur. Ik leun eroverheen en kijk de diepte in: minstens een paar honderd meter.

Angstig kijk ik weer achterom, maar mijn achtervolger is spoorloos verdwenen. Even later ben ik boven en kijk uit over dichtbeboste heuvels. In de verte ligt het dorp Subiaco en daar weer achter Rome en de rest van de wereld. Het lijkt allemaal heel ver weg. Mijn telefoon gaat, een sms: de groep pelgrims die ik hier ga ontmoeten is er pas over een uur. Ik heb nog even.

Benedictus (480-547), de stichter van de benedictijnenorde en schrijver van die beroemde kloosterregel, woonde hier drie jaar lang in een spelonk, die sindsdien heilig is. Een zekere Romanus bracht hem zijn eten door het van boven in de grot te laten zakken. Die grot verliet Benedictus alleen om de behoeften te doen die, zoals Antoine Bodar het zo mooi zegt in het tv-programma dat hij over de heilige maakte, 'alleen óns eigen zijn'. Maar voor de rest zat hij daar maar, dag in dag uit. Verwilderd, met lange haren, wachtend op God.

Ik maak nu dezelfde gang.

Om die spelonk heen is een aantal kerken en kapellen gebreid, de een nog mooier dan de ander. Boven de ingang van het complex staat een inscriptie: 'Welkom aan degene die hier binnentreedt, genade voor degene die hier komt bidden.' Iets te hard zeg ik : "Amen."

Vervolgens loop ik de bovenkerk in die door onbekende meesters is beschilderd. Het effect is overweldigend, weer hap ik naar adem. Ik kijk naar links: Jezus is op weg naar Golgota. Ik kijk naar rechts: hij is verrezen. Even verderop kijkt Benedictus goedkeurend toe.

Aangekomen in de benedenkerk bedenk ik me dat me nu van alles kan gebeuren, zonder dat iemand het ooit zal weten. Ik haal mijn telefoon uit mijn rugzak: geen bereik.

Die heilige spelonk valt uiteindelijk tegen. Veel mooier is de kapel van de heilige Gregorius met de alleroudste afbeelding van Franciscus van Assisi. Je moet er een wenteltrap voor op. Van achter glas kijkt Franciscus me onbewogen aan.

Eenmaal weer buiten wil ik mijn telefoon pakken en dan merk dat ik mijn rugzak kwijt ben met alles erin. Ik raak in paniek en met bonzend hart loop ik de hele weg weer terug. Tevergeefs: hij lijkt spoorloos.

Bij de uitgang is een souvenirwinkeltje. Achter de toonbank zit een pater benedictijn zich te vervelen. "Heeft u misschien mijn rugzak gevonden?", vraag ik. Hij kijkt om zich heen en doet alsof hij zoekt. "Niets gevonden", zegt hij iets te snel.

Dan bedenk ik me dat ik op één plek nog niet gezocht heb: de Gregoriuskapel. Weer de wenteltrap op. Als ik de kapel binnenloop, schrik ik. Daar staat mijn achtervolger van een half uur geleden. Bruin jack, opvallend grote neus. "Is deze misschien van u?", vraagt hij.

Zo te zien was het best een aardige man.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 8 oktober 2017.

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube