Onverwacht bezoek van mijn vader

Mijn vader ligt begraven op de Nieuwe Ooster in Amsterdam. Ik kom er graag. Er liggen veel aardige mensen. Als ik naar hem toe loop doe ik dat volgens een vaste route: een eerbetoon aan hem. Hij was van de vaste routes.

Meteen na de ingang naar rechts, dan langs de bijzondere graven van Sinti en Roma met hun in steen gegraveerde Mercedessen, de lange hoofdlaan in. Bij het graf van Auke Jelsma naar links en dan ben ik er . Daar ligt hij al ruim acht jaar tussen Paul Knoetsen en het echtpaar Kant: zijn laatste nieuwe buren. Ik kan het goed met ze vinden.

Als ik voor zijn graf sta, denk ik vaak aan het moment dat we de kist gingen sluiten. Hij zag er mooi uit, minstens tien jaar jonger, en zijn huid was bijna als nieuw. "Daar ligt een hele beroemde schrijver", zei mijn toen vijfjarige dochter tegen de begrafenisondernemer. We moesten lachen. De deksel ging dicht, we schroefden hem vast en mijn vader was uit het zicht.

Sindsdien leeft hij door in mijn hoofd. Af en toe hoor ik zijn licht nasale stem en zijn kuch. Alles met een lichte echo.

Misschien kom ik hem in Rome nog wel het vaakst tegen. Hij was het die ons 38 jaar geleden aan elkaar voorstelde. Nog altijd houd ik me, als ik in die stad ben, aan zijn strenge voorschriften. Die kerk moét je in en dat museum kun je best overslaan.

Zo voel ik me ook altijd schuldig als ik zomaar de Santa Maria sopra Minerva voorbij loop, de gotische kerk met het blauw geschilderde plafond en het graf van Fra Angelico, de meesterschilder. Zijn lievelingskerk. Sorry vader, zeg ik dan in mijzelf als ik me snel uit de voeten maak.

Vorige week was ik in Rome en kwam hij wel heel dichtbij. Ik lag te slapen toen ik wakker schrok van een sms. Ik deed mijn ogen open. Waar was ik eigenlijk? Al snel wist ik het: in mijn eigen kamer met de spiegel aan de muur en de televisie aan het plafond.

Ik pakte mijn telefoon: het was 4.08 uur. 'Je vader is op Radio 1', las ik op mijn telefoon. Ik zocht naar de NPO-app, maakte verbinding en deed mijn oortjes in.

Daar was zijn stem. Fijn. Het was een herhaling van een gesprek uit 2003 over Jan van Nijlen, een voor mij onbekende Vlaamse dichter. Hij schreef ooit een gedicht dat 'De cactus' heet. Dat werd voorgelezen. Even dacht ik dat het mijn vader was die dat deed, maar het bleek een acteur te zijn.

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,

verschrompeld in wat kiezel en wat zand

en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen

der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Mijn vader beweerde vervolgens van alles over Jan van Nijlen en over zijn poetica. Wat precies, ben ik vergeten. Maar daar gaat het ook niet om. Mijn vader en ik waren weer samen. Ik hoorde - beter dan ooit - de licht nasale stem en de mij zo vertrouwde kuchjes. Het leek of hij elk moment het woord tot mij zou gaan richten. Waarom deed hij dat nou niet?

En toen was het afgelopen. Einde herhaling van mijn vader. Ze gingen een plaat draaien. Ik zocht op mijn iPad 'De cactus' van Jan van Nijlen op. Met lichte ontroering las ik de laatste verzen.

Hij bloeit; en in dien onverwachten droom

laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken

in 't graf van broze bloemblad en aroom,

zoals de dichter die, na harden strijd,

zijn innigst voelen in een lied doet klinken

en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

Het was inmiddels 4.28 uur. Ook in mijn kamer was alles weer bij het oude. Buiten hoorde ik auto's rijden. Rome werd wakker. Mijn vader was weer ver weg. In zijn graf op de Nieuwe Ooster in Amsterdam, terug bij Paul Knoetsen en het echtpaar Kant.

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube