Zelfs de heilige Kostka aanroepen helpt niet

Als ik het perron op loop, zie ik de bui al hangen. Eén treinstel voor honderden mensen. Je hoeft geen profeet te zijn om te zien dat dit niet goed kan gaan. Eigenlijk kan er niemand meer bij. Toch stap ik in. Een been is al binnen en het andere staat nog op perron 4 van station Amsterdam Amstel, als ik het fluitje van de conducteur hoor. Ik kan nog net mijn ene been intrekken en meteen klappen de deuren achter mij dicht, alsof de deksel van mijn doodskist wordt vastgeschroefd. De intercity richting Utrecht en Den Bosch is klaar voor vertrek.

Ik haal opgelucht adem, maar het feest is van korte duur. Het halletje waar ik mij bevind, is afgeladen vol. Het is er warm en smerig benauwd. Ik sta tegen een vrouw aan en zij tegen mij. Haar linkerbeen schuurt volgens een vast ritme tegen mijn rechterbeen. We kennen elkaar niet. De trein zet zich met een schok in beweging, waardoor we allemaal tegelijkertijd overhellen naar dezelfde kant, richting Abcoude zal ik maar zeggen. Ik raak in paniek en wil eruit. Een paar meter verderop hangt - buiten mijn bereik- de noodrem. Op dat moment denk ik aan de heilige Stanislaus Kostka.

Een Nederlandse jezuïet in Rome had me eens aangeraden aan deze Poolse ordegenoot van hem te denken mocht ik voor een beproeving komen te staan. In mijn benarde positie kan ik nog net bij mijn telefoon en ik zoek zijn levensverhaal op.

Stanislaus Kostka wordt in 1550 op Slot Rostków, honderdtwintig kilometer ten noorden van Warschau, geboren. Zijn vader stuurt hem naar een jezuïetencollege in Wenen. Al snel weet Stanislas het zeker: hij wil jezuïet worden. Zijn familie ziet dat niet zitten. En dus vlucht Stanilas, te voet. Hij loopt naar Augsburg, een afstand van zo'n vierhonderdvijftig kilometer. Daar wordt hij gastvrij ontvangen door de Nederlandse jezuïet Petrus Canisius, die hem doorstuurt naar Rome, naar de generaal-overste. Weer moet hij lopen, nu duizend kilometer. En dat allemaal omdat hij jezuïet wil worden. "Kijk Stijn", zei die Nederlandse pater in Rome tegen mij. "Dat is nog eens volharding, heilige volharding." En gelijk had hij.

Maar wat ik ook probeer, ik word maar niet heilig in die intercity van Amsterdam Amstel naar Utrecht Centraal.

Inmiddels stroomt het zweet van rug af en mijn overhemd zit aan mijn huid vastgeplakt. Ik durf mij niet meer te bewegen. Tijd voor een noodkreet. Mijn telefoon heeft nog vijf procent batterij, maar ik gooi er toch maar een tweet uit richting de veroorzaker van al dit leed: de vaderlandse spoorwegen. "Sta in overvolle trein van A'dam Amstel naar Utrecht CS. Als ik het niet overleef: het was fijn om jullie gekend te hebben." Onmiddellijk krijg ik een reactie van @nsonline: "Oei, dat klinkt niet goed Stijn! Ik wil je sterkte wensen en hoop dat je snel op je bestemming bent. Zou je dit door kunnen geven aan de druktemelder?"

De druktemelder: de oplossing voor al uw spoorproblemen.

Ik twitter terug: "Waar zit die druktemelder in de trein?". Maar ik krijg geen antwoord. Ik kijk om me heen. Tegenover me staat een man in een regenjas, type ambtenaar. Ook hij heeft het warm. Zou hij de druktemelder zijn? (Later bleek die druktemelder zich in de NS-app te bevinden. Goed verstopt). De trein passeert station Breukelen. Nog een minuut of tien volhouden. Terug naar mijn Poolse heilige.

In Rome mag Stanislaus als novice (nieuweling) in de orde treden. Zijn lijfspreuk is 'Ad maiora natus sum' (Voor het meerdere ben ik geboren). Hij krijgt een woedende brief van zijn vader. Hoe hij het in zijn hoofd heeft gehaald zijn familie zo te schande te maken. En weer volhardt hij. Niet lang hierna wordt hij ziek. Hij overlijdt in 1568 op zeventienjarige leeftijd in een geur van heiligheid. Op zijn sterfbed krijgt hij toestemming zijn geloften uit te spreken.

Ik tel de minuten af. Als de deuren in Utrecht opengaan en ik het martelwerktuig dat de trein inmiddels is geworden, weer mag verlaten, voel ik me bevrijd. Ik heb het overleefd.

Maar de NS zijn gewaarschuwd: het zal niet lang meer duren of de eerste treinreiziger bezwijkt aan de drukte. Sterven voor je geloof in het openbaar vervoer. Dat is ook een vorm van heiligheid.

 

Deze column verscheen eerder in dagblad Trouw van 21 mei 2016. 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube