De wonderbaarlijke kracht van pater Pio

Overal in de stad kom ik hem tegen. In de bar, in bijna elke kerk, ik zie zijn hoofd op de kalenders die aan de krantenkiosken hangen. Hij lokt me, hij treitert me en kijkt me aan met zijn grote, bangmakende ogen. 'Ga weg! Wat moet je?', zou ik hem willen toeschreeuwen. Maar het heeft geen zin. Pater Pio blijft me achtervolgen.

Ik ben in Rome en hij is er dus ook. Om het Buitengewoon Heilig Jaar van de Barmhartigheid een duw te geven, is de glazen kist met de stoffelijke resten van pater Pio vanuit Zuid-Italië naar Rome overgebracht. Samen met zijn medebroeder Leopold Mandic - ook heilig - is hij voor het baldakijn van Bernini in de Sint-Pieter neergezet, waar tienduizenden gelovigen hen komen opzoeken. Het Sint-Pietersplein is dagenlang verlamd.

Je kunt geen kant op. Nou ja, je kunt eigenlijk maar één kant op: de kerk in, naar pater Pio. Met een mengeling van ergernis en medelijden kijk ik naar de lange rij gelovigen die geduldig wachten tot ze naar binnen mogen. Hoe kunnen ze zo dom zijn? "De wachttijd is nu al drie uur", fluistert iemand mij toe in de bar. "En die wordt alleen maar langer."

Pater Pio van Pietrelcina (1887-1968) was een Italiaanse kapucijner pater die bij leven al als een heilige werd vereerd. Hij was een vermaarde biechtvader en die eert de paus graag in dit Heilig Jaar van de Barmhartigheid. Hij zou de zogenaamde stigmata hebben gehad, de kruiswonden van Jezus, en de gave van bilocatie: hij kon op twee plaatsen tegelijk zijn. Verder schijnt hij lekker geroken te hebben. In recordtijd werd hij zalig en vervolgens heiligverklaard. Een formaliteit.

Het katholieke establishment moest tijden zijn leven aanvankelijk niet zoveel van hem hebben. Hij zou een bedrieger zijn en de stigmata zelf hebben aangebracht. Van Rome mocht hij zelfs lange tijd de mis niet in het openbaar opdragen. De mensen bleven komen.

Ik hou van heiligen. Er zijn er duizenden in de katholieke kerk. Ze helpen je bij het moeilijke aards bestaan. Elke beroepsgroep heeft zijn eigen patroon. Zo ontdekte ik deze week dat de Romeinse heilige Filippo Neri (1515-1595), die zo vurig kon bidden dat hij loskwam van de grond, beschermheilige is van de dansleraren. Ook bij ziektes, kwalen en ander ongerief staat er een batterij heiligen voor je klaar. Een eeuwigdurende helpdesk. Als je iets kwijt ben is er de heilige Antonius, de heilige Blasius bevrijdt je van keelziekten en als niets meer helpt is er de Heilige Rita voor hopeloze zaken.

Het is een briljant en waterdicht systeem.

Laatst verloor ik bij een bezoek aan een museum het kaartje van de parkeergarage waar ik mijn auto had geparkeerd. Ik drukte op de intercomknop voor hulp. "Dat kost u dan 78 euro," zei de vrouw van de helpdesk. "Ik wens u verder nog een heel prettige dag." Ik besloot door te zoeken en de heilige Antonius aan te roepen. Mijn smeekbede was nog maar net ten einde of mijn telefoon ging: het museum. Mijn kaartje was gevonden.

Nu, hier in Rome, had ik grotere problemen. Al een jaar ben ik verkouden. Volgens de kno-arts zit het in de holten. Ik heb een pakket aan sprays en druppels bij me. Veel helpen wil het nog niet. Hoestend en proestend loop ik door de stad. In een restaurant kom ik een vriend tegen. "Wat zie jij er goed uit", zeg ik. "Geen wonder, ik ben net bij pater Pio geweest. Zou jij ook moeten doen." En weer moet ik hoesten.

Ik besluit pater Pio een kans te geven. Nood breekt ongeloof.

Even later sta ik enigszins ongemakkelijk in de rij die ik een paar uur geleden nog meewarig bekeek. Door een stom toeval kom ik plotseling vooraan te staan. Schuldig kijk ik naar de lange rij achter mij. Ik verdien dit niet.

Om mij heen staan alleen maar gelukkige mensen. Door de Heilige Deur ga ik de Sint-Pieter in. De kerk is afgeladen vol. Ik ben deel van een stroom en kan maar één kant op. Uiteindelijk kom ik op vijftig meter van Pater Pio. Ik leg mijn ziekte aan hem voor en gooi mijn holtes als het ware door de lucht naar hem toe. Dan loop ik weg.

Dat is nu vier dagen geleden en ik voel me inmiddels een stuk beter.

Hoe kon ik zo dom zijn?

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 13 februari 2016. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube