Ze woonde er al vijftig jaar, vertelde ze elke dag

Vaak als ik met de auto weg moest en ik, terwijl ik de motor startte nog even opkeek, stond ze voor het raam en zwaaide.

De laatste paar maanden deed onze buurvrouw dat niet meer. Als ik weleens stiekem naar binnen gluurde, zat ze op de bank en keek ze tv. Altijd RTL 4.

Nu zijn de gordijnen van haar huis de hele dag dicht. Twee weken geleden is de buurvrouw verhuisd naar een verzorgingshuis . Vlak bij ons in de buurt, maar tegelijkertijd heel ver weg. Ze komt nooit meer terug. De buurvrouw is aan het dementeren. Verreweg het lelijkste werkwoord uit onze taal.

Ik dementeer

Jij dementeert,

Hij, zij dementeert

Wij dementeren

Jullie dementeren

Zij dementeren.

De laatste tijd was de buurvrouw steeds meer in de war. Ze kwam aan de deur: "Buurman, Ik ben mijn huissleutel kwijt. Ik heb al overal gezocht en kan 'm echt niet vinden." Dan liep ik bij haar naar binnen en had 'm al snel weer gevonden. Hij lag op tafel. "Ah, wat goed van u." Terwijl ik naar buiten liep zag ik dan dat de buurvrouw nog wel keurig het afval scheidde. In een doos voor papier en karton lag een eenzaam toiletrolletje op een duidelijk niet gelezen krant. Tot aan het bittere einde volgde de buurvrouw de scheidingsopdrachten van de gemeente op.

Een andere keer vertelde ze me dat er zo'n aardige jongeman naast haar woonde. Echt heel vriendelijk. Dan zei ik zo neutraal mogelijk tegen haar dat het mijn zoon was en dat we al vijftien jaar naast elkaar woonden. "Vijftien jaar?", vroeg ze dan. "Ik woon hier al vijftig jaar."

Mijn eerste kennismaking met dementie was 'Hersenschimmen' van Bernlef, een magistraal boek. In deze dagen herlees ik het weer. Het is inmiddels toe aan de drieënvijftigste druk. Herlezen is eigenlijk de enige echte manier van lezen. Daarom moet je ook voorzichtig zijn met weggooien van boeken. De meeste hebben aan een keer lezen niet genoeg. Soms moet je het drieënvijftig keer lezen.

In 'Hersenschimmen' wordt het verhaal verteld van Maarten Klein, een oudere Nederlandse man die al een tijdje in Amerika woont en aan het dementeren is. Naarmate het boek vordert, verdwijnt hij in een dikke mist waarin hij zichzelf kwijt raakt.

Ik poets mijn tanden en zoek ondertussen naar woorden, een formulering voor wat ik voel. Alsof er iemand in mij zit die zich een ander huis herinnert, waarvan de indeling soms dwars door die van dit huis heen loopt... Een deur moet vanzelfsprekend geopend kunnen worden. Niet in angst en onzekerheid omdat je geen idee hebt wat je erachter zult vinden.

In december kreeg de buurvrouw te horen dat het thuis echt niet meer ging. Met haar kinderen was ze in het verzorgingshuis gaan kijken naar haar nieuwe kamer. De datum van verhuizing stond vast, alleen niet voor haar. "Ik heb het alleen nog maar van buiten gezien. Dus het zal nog wel even duren. Ik woon hier al vijftig jaar, wist je dat?"

In de kranten wordt veel gesproken over euthanasie en dementerenden. Over zelfbeschikking en over wilsverklaringen en het mondeling bevestigen van een euthanasieverklaring aan het eind van je leven. Deskundigen zijn het niet met elkaar eens.

Ik weet niet hoe mijn buurvrouw over euthanasie denkt. Wel vraag ik me af hoe het met haar wil zit. Wat blijft daarvan over op den duur? Ik zou het niet weten.

In 'Hersenschimmen' lost Maarten langzaam maar zeker als zelfstandig handelend persoon op in het niets en spreekt hij op een gegeven moment over zichzelf in de 'hij' en 'jij' vorm. Zijn gedachten hangen tegen het eind van het boek doelloos in de lucht.

Iedereen die hij kent lijkt dood... weet je... jij midden in deze kudde verdwaald...jij bent nog het enige lichtpuntje.

De avond voordat de buurvrouw vertrekt, bel ik nog één keer aan. "Ze zeggen dat ik morgen ga verhuizen, maar ik ga alleen maar even kijken." Ik vraag of ik een foto van haar mag maken.

"Ja hoor", zegt ze.

Ze pakt een kam, kijkt in de spiegel en brengt haar kapsel in model. Lachend kijkt ze in de camera. Dag buurvrouw.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 6 februari 2016. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube