Verspieders in het beloofde land

 

Jezus zou voor mij dit jaar ter wereld komen in Zuid- Limburg. In de aanloop naar het feest was ik ziek. Vanuit het huisje dat ons was toegewezen keek ik uit op groene heuvels, met hier en daar een verlichte boom. Daar ergens moesten Maria en Jozef lopen, op zoek naar onderdak.

Op Kerstavond liep ik toch maar mee naar de dorpskerk. Maria en Jozef waren er al, maar de kribbe was nog leeg. Voor de nachtmis zou beginnen, was er een kerstconcert van de harmonie met zang van de plaatselijke prins carnaval. Kerst en kitsch scheerden rakelings langs elkaar, maar hier mocht het.

Om tien uur dimde het licht en kwam de pastoor binnen met het kindje Jezus in zijn armen. Voorzichtig legde hij het in de kribbe. Ik meende enige opluchting te bespeuren bij de jonge ouders en de overige leden van de kerstgroep. Het kerstevangelie dat niet veel later werd gezongen, klonk als een bevestiging van wat wij al wisten. Het wonder was weer geschied.

Ruim tweehonderd kilometer naar het noorden stond de abdij Sion leeg te zijn. Hier woonden 132 jaar lang trappisten. Het gebouw bood ooit plaats aan tientallen monniken, maar op het laatst waren er nog maar zeven over. Samen probeerden ze nog, in de woorden van een van hen, een 'goed monastiek leven' neer te zetten. In die formulering zat de nederlaag al opgesloten. Het ging niet meer. En dus was het besluit gevallen het huis te verlaten en op Schiermonnikoog opnieuw te gaan beginnen.

Documentairemaakster Anne Christine Girardot volgde de broeders in dit moeizame proces. Het leverde een mooie documentaire op die afgelopen zondag door de RKK (inmiddels ook ter aarde besteld) werd uitgezonden. Langzaam zag je het gebouw leger worden. Twee monniken maakten de inventaris op. Een lamp bleef achter, de leden van de kerstgroep mochten wel mee naar het nieuwe klooster. Abt Alberic had, om alvast aan het nieuwe leven te wennen, een woonwagen betrokken die pontificaal voor de abdij stond opgesteld. Het voelde als een belediging voor het gebouw waar je, hoe leger het werd, steeds meer van ging houden.

Ondertussen gingen de monniken op verkenningstocht op Schiermonnikoog. Verspieders in het beloofde land. Ze hadden er voorlopig een recreatiewoning betrokken. Wel iets anders dan een statige abdij. Om de beurt woonde er een van de monniken. Een kamer werd een kapel, de monnik stak een kaarsje aan en bad in zijn eentje het getijdengebed. Op die momenten kreeg de documentaire iets van een natuurfilm. Alsof er op Schiermonnikoog bedreigde dieren werden uitgezet, allen met een zender uitgerust zodat we ze goed konden volgen. De grote vraag was natuurlijk of ze in de vrije natuur zouden overleven en of ze zich zouden voortplanten.

Toch bleef het grootste drama enigszins verborgen in de documentaire. Van de zeven monniken gaan er namelijk drie vooralsnog niet mee naar het vakantie-eiland. Misschien sluiten ze later nog aan als het nieuwe klooster er is. Onder hen broeder Columba, mijn favoriet van de film. Vijfentwintig jaar geleden vond hij als overspannen huisarts rust, structuur en God in de abdij. En nu wilde hij niet mee naar Schiermonnikoog, zo zei hij in de documentaire. Hij voelde zich te oud om opnieuw te beginnen. Nam hij zijn abt de verhuizing kwalijk? We kwamen er niet achter. Wel zagen we broeder Columba op zijn laatste dag in de abdij bladeren wegvegen op het kerkhof. Een symbolische plek voor een afscheidsinterview, vond hij ook zelf. "Alles gaat voorbij, het gaat op in de lucht. Het is allemaal tijdelijk. Als je maar weet voor wie je het doet: de grote baas daarboven." Broeder Columba ging met twee andere verstekelingen naar een abdij in het Belgische Westmalle. Dat klonk nog verder weg dan Schiermonnikoog.

Ik ben van Columba en zijn medebroeders gaan houden als dierbare romanpersonages en die blijven een tijdje bij je. En dus denk ik een paar keer per dag: hoe zou het met die vier monniken gaan in hun recreatieklooster? En voelt Columba zich al een beetje thuis in Westmalle? Maar bovenal denk ik aan de statige weduwe, de abdij zelf. De nieuwe eigenaar gaat er een oecumenische leefgemeenschap beginnen, maar wie haalt tot die tijd de bladeren weg die op de graven van al die lieve monniken vallen?

Kan God daar misschien een voorziening voor treffen?

 

Deze column verscheen eerder in dagblad Trouw van 2 januari 2016. 

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube