Hoe krijg je een interview met de paus?

© Frank Dries / Straatnieuws
Enigszins chagrijnig loop ik op Hemelvaartsdag van dit jaar met mijn vrouw de Ikea uit. We wilden een nieuw tv-meubel kopen, maar konden niets vinden in dit woud van Zweedse gelukzaligheid. Vlak voordat we de auto instappen, kijk ik op mijn telefoon: gemiste oproep van 'anoniem'. Al maanden word ik belaagd door een energiebedrijf dat iets van me wil. Die bellen altijd zonder nummer. Ik stop mijn telefoon weg.

Als ik thuis ben, luister ik toch maar de boodschap af die de anonieme beller heeft achtergelaten. Ik hoor aanvankelijk niets en ik wil het bericht al wissen, als ik een man in Engels met een duidelijk Italiaans accent hoor zeggen: "Hallo, dit is de woordvoerder van de paus, ik wil u graag spreken over het interview met de Heilige Vader."

Even meen ik in de maling te worden genomen. Maar al snel bedenk ik me dat dit niet kan: de paar mensen die weten van het interviewverzoek dat ik namens de Utrechtse daklozenkrant bij het Vaticaan heb ingediend, halen niet dit soort grappen uit. Ik vang nog een telefoonnummer op, maar ben te laat om het op te schrijven. Als ik het bericht nog een keer afluister, herken ik de stem van pater Federico Lombardi, de persoonlijk woordvoerder van de paus. Ik bel meteen terug. Hij heeft goed nieuws: "De paus is geïnteresseerd. Kunt u wat vragen sturen?

 

Daklozenkrant

Een half jaar eerder was ik gebeld door Jan-Willem Wits, onder meer oud-woordvoerder van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Ik was nog niet in dienst bij Trouw en we werkten al een tijdje samen aan een boek over paus Franciscus. Wat ik ervan dacht als we de paus gingen interviewen. Jan-Willem had de hoofdredacteur van Straatnieuws gesproken en had in dat gesprek geopperd om namens deze Utrechtse daklozenkrant een interviewverzoek bij het Vaticaan in te dienen. "Dat is toch wel een leuk idee?" vroeg Jan-Willem.

Het was meer dan een leuk idee, het was een briljant idee.

Nog nooit heeft een paus zich uitgebreid door een Nederlandse journalist laten interviewen. Maar als iets Franciscus - die bekend staat om zijn betrokkenheid bij dak- en thuislozen - zou kunnen verleiden met Nederlandse journalisten te spreken, is het wel een interviewverzoek van de daklozenkrant. Doe je dat namens een 'gewone' Nederlandse krant, dan ben je kansloos.

Bovendien zouden de verkopers, die in weer en wind Straatnieuws aan de man proberen te brengen, rechtstreeks profiteren van deze kaskraker met de paus op de cover. Daar kon Franciscus toch moeilijk iets tegen hebben. Een andere aantrekkelijke bijkomstigheid was dat het interview door straatkranten wereldwijd zou worden overgenomen. Dat was eerder al eens gebeurd met een interview met de dalai lama. De zegeningen zouden dus niet alleen tot Nederland beperkt blijven.

© Frank Dries / Straatnieuws.
Wachten
Spaans is de moedertaal van de Argentijnse paus, dus we vroegen een Colombiaanse priesterstudent uit Utrecht om de brief met ons interviewverzoek voor ons te vertalen. In Rome gaf ik de brief aan een vriend van de paus, die ervoor zorgde dat die op het bureau van Franciscus belandde. Hij gaf wel vaker iets door aan de paus. "Soms vindt hij het wat, en vaak ook niet", zei de vriend.

Nu vond de paus het blijkbaar wat. We stuurden een A4'tje met vragen op en toen begon het lange wachten.

Intussen zagen we de paus veelvuldig voorbij komen. Hij bracht eerder dit jaar een encycliek uit over het milieu ('Laudato si') die veel aandacht trok en in de zomer ging hij op reis naar Zuid-Amerika. Daar hield hij voor een miljoenenpubliek prachtige toespraken over armoede en gerechtigheid.

Dat we dachten Franciscus te kunnen verleiden, had niet alleen te maken met zijn liefde voor daklozen en vluchtelingen, maar ook met het feit dat hij met afstand de meest benaderbare paus uit de recente geschiedenis is. Pausen waren lang onaanraakbare bijna-heiligen, die ver boven de gewone gelovigen verheven waren. Af en toe zag je een foto in de krant, later hoorde je hun krakende stem op de radio of zag je hun witte gestalte in het bioscoopjournaal.

Mediapaus
Dit alles veranderde onder Johannes Paulus II, de eerste mediapaus. Hij veroverde de wereld en de journalisten reisden met hem mee. Zo kreeg hij in 1985 ook KRO-journalist Willibrord Frequin even voor zijn neus toen hij Nederland bezocht. "Spreekt u Nederlands, Heiligheid?" vroeg Frequin. "Een beetje, een beetje", was het minimale antwoord. Ik weet nog goed dat ik het op televisie zag.

Sinds ik als twaalfjarige op het Sint-Pietersplein meemaakte dat de kardinalen hun keuze op Johannes Paulus II lieten vallen, wilde ik dit ook: oog in oog staan met de bisschop van Rome en hem vragen stellen. Het interviewen van de paus is voor een religiejournalist wat voor een bergbeklimmer de Mount Everest is. Hoger kun je niet reiken. Maar er zijn veel meer mensen die de Everest hebben beklommen dan er journalisten zijn die de paus hebben geïnterviewd. Verzoeken daartoe werden tot ruim tweeënhalf jaar geleden nog net niet weggelachen door het Vaticaan.


Marc heeft een biertje in zijn hand en is een beetje van slag. Hij heeft het cadeau voor Franciscus - een kaars in de vorm van de Utrechtse Domtoren - in het vliegtuig laten liggen
Openhartig
Hoe anders is dat met Franciscus. Op de terugweg van zijn eerste buitenlandse reis naar Brazilië hield hij in het vliegtuig een persconferentie van anderhalf uur waarin alles gevraagd kon worden. "Wie ben ik om te oordelen?" zei hij op een vraag over homoseksualiteit. Hierna volgden zo'n tien openhartige interviews met uiteenlopende media. Van de Italiaanse krant La Repubblica tot aan het Franse Paris Match. Maar Nederland ontbrak nog. En terwijl de zomer van 2015 voorbijgaat zonder dat we iets horen, krijg ik steeds meer het gevoel dat het ook ons niet gaat lukken.

Tot op 10 augustus de telefoon weer gaat. Nu herken ik het nummer van de pauselijk woordvoerder direct. Ons interviewverzoek was een beetje vergeten, maar de paus wil graag met de daklozenkrant praten. Dinsdag 27 oktober, om 11.00 uur. Schikt dat ons?

De maanden daarna gaan op aan voorbereidingen voor het interview met de man die we - om te voorkomen dat onze plannen uitlekken - de schuilnaam Frans hebben gegeven. Uit het leger straatkrantverkopers wordt Marc uitgekozen om met ons mee naar Rome te gaan. Op maandag 26 oktober - ik ben dan al een week in Rome, in verband met de bisschoppensynode die op zondag 25 oktober is afgesloten - haal ik Marc en hoofdredacteur Frank Dries van Straatnieuws, op van het vliegveld in Rome. Marc heeft een biertje in zijn hand en is een beetje van slag. Hij heeft het cadeau voor Franciscus - een kaars in de vorm van de Utrechtse Domtoren - in het vliegtuig laten liggCasa Santa Marta

Een dag later lopen Marc, Frank, Jan-Willem en ik langs de Zwitserse gardisten naar Casa Santa Marta, het driesterrenhotel waar Franciscus sinds zijn uitverkiezing tot paus woont. Een anoniem wit gebouw, links van de Sint-Pieter, met twee dames achter de receptie die ons vriendelijk naar een zijdeur verwijzen. Hier is de ontvangstkamer van de paus. Een zitje met een bank, een tafel met wat stoelen eromheen, een boekenkast. Aan de muur hangen foto's van Franciscus en zijn voorganger Benedictus. We zijn gespannen. Alleen Marc lijkt nergens last van te hebben. Hij wacht rustig op wat komen gaat.

Na een minuut of twintig komt de hoffotograaf van de paus binnengelopen. "De paus komt eraan", fluistert hij. We gaan staan.

"Ga zitten vrienden, fijn dat jullie er zijn", zegt Franciscus als hij binnen komt lopen. Hij is kleiner dan ik dacht, maar geldt dat niet voor iedereen die je kent van tv en ineens in het echt tegenkomt? Ik neem plaats op een hoge stoel. Zelf gaat de paus op de bank zitten. Achter hem hangt een groot schilderij van Maria. "Ik moet me verontschuldigen dat ik geen Nederlands spreek", zegt Franciscus. Daar doen we niet moeilijk over. We voeren het gesprek in het Italiaans.

'Hoe is met u?" vraag ik als eerste. "Ik leef nog", zegt de paus met een grote grijns. Toch een geruststelling als je bedenkt dat een Italiaanse krant een week eerder - midden in de hectiek van de synode - nog met grote stelligheid beweerde dat de paus een hersentumor had. De paus maakt een kalme en vriendelijke indruk en zal tijdens het gesprek met zijn ogen steeds die van ons opzoeken.

© Frank Dries / Straatnieuws. Franciscus en Trouw-journalist Stijn Fens.
De waarheid verkondigen
We praten veertig minuten, onder meer over zijn jeugd in Argentinië. Over hoe hij vroeger in Buenos Aires op straat voetbalde ('Ik had twee linkerbenen'). Over - hoe kan het ook anders - zijn inzet voor armen en vluchtelingen ('Jezus kwam ook als dakloze ter wereld'). Over het gevaar van een zekere moeheid bij zijn publiek als hij steeds maar weer over dat onderwerp begint: "Ik moet de waarheid blijven verkondigen en uitleggen hoe de dingen in elkaar zitten."

De paus praat langzaam en denkt goed na over wat hij zegt. En hij lacht veel. Als we hem vragen of hij naar Nederland zou willen komen, bijvoorbeeld. "Ik zou het overwegen. En nu Nederland een Argentijnse koningin heeft, wie weet." Schaterlach.

Hier zit een man die zich verzoend heeft met het lot dat hem op 13 maart 2013 trof, maar wat hij als de wil van God ziet. Marc wil weten of de paus zich nog vrij voelt in het Vaticaan. "Het feit dat veel mensen mij hier bezoeken, zorgt ervoor dat de gouden kooi wat minder een kooi is." Een uitnodiging om met ons een pizza te gaan eten, slaat hij helaas af.

Aan het einde van het gesprek pakt Franciscus de envelop die al die tijd naast hem op de bank lag. We krijgen allemaal een rozenkrans. We maken nog foto's, hij zegt ons goedendag, en de paus verlaat de kamer even rustig als hij binnenkwam.

Euforisch
Even later lopen we enigszins euforisch over het Sint-Pietersplein. Marc belt zijn moeder, Frank steekt een sigaar op en Jan-Willem grijnst van oor tot oor. Ik kijk om me heen. Hier begon het voor mij allemaal, 37 jaar geleden, toen het plein vol stond en Johannes Paulus II op het balkon verscheen.

Ik pak mijn telefoon, met de opname van het gesprek. Ik open het bestand, om te controleren of het gesprek erop staat. Het blijft even stil, en dan klinkt in de verte de bekende, zachte stem: "Ik heb vanaf mijn eerste tot ik naar het seminarie ging in dezelfde straat gewoond."

Het staat erop.


Met dank aan Jan-Willem Wits.

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube