Mag ik mee in de ambulance? Nee.

We hebben de hele dag door Rome gelopen. Het is al donker en we staan in een kloostercomplex niet ver van de Sint-Jan van Lateranen. Ik neem afscheid van de groep. Boven mij hoor ik spreeuwen kwetteren. Als ik omhoog kijk, zie ik ze rondcirkelen tegen de donkere Romeinse lucht.

Op weg hierheen heb ik nog gewezen op een groot ziekenhuis dat hier in de buurt staat en erbij verteld dat je ziekenhuizen - indien mogelijk - beter kan mijden in deze stad.

Ik heb drie mensen een hand gegeven als mijn vriend omvalt. Nu ik dit schrijf hoor ik weer die doffe klap waarmee hij op de grond terechtkwam en zie ik de mensen weer op hem toesnellen. Een zuster komt naar buiten rennen, een toevallige bijstander belt een ambulance. Die laat op zich wachten, maar op een gegeven moment hoor ik hem in de verte aankomen. Langzaam maar zeker verdrijft hij het geluid van de spreeuwen. De blauwe zwaailichten doen pijn aan mijn ogen.

Mijn vriend leeft nog. Ze brengen hem naar dat grote ziekenhuis hier niet ver vandaan. Mag ik mee in de ambulance? Nee, u moet maar gaan lopen. Meld u bij de Eerste Hulp.

De wachtkamer zit vol met lotgenoten. Ik ga op een van de ijzeren stoelen zitten en kijk om me heen. De mensen om mij heen dragen bijna allemaal zwarte kleren en kijken gespannen naar een grote witte deur die af en toe opengaat. Vervolgens komt een man in het wit naar buiten die een naam noemt. Dan mag er iemand mee naar binnen, soms een hele familie. Na verloop van tijd komen ze dan terug en nemen weer plaats in de hel verlichte wachtkamer. De naam van mijn vriend wordt niet genoemd.

Ik leun achterover en moet aan broeder Pieter-Jacob Berkhout denken, monnik van de Sint-Adelbertusabdij in Egmond-Binnen. Ik leerde hem kennen door de berichten op Facebook van zijn abt, Gerard Mathijsen, die zijn volgers via dit sociale medium op de hoogte houdt van het wel en wee in de abdij.

Eind september schreef hij dat broeder Pieter-Jacob was opgenomen in een hospice. "Zijn gecompliceerde situatie deed hem daarvoor kiezen, terwijl wij hem graag in de abdij hadden gehouden." Die zin ontroerde me.

Ruim een week geleden overleed broeder Pieter-Jacob en op Facebook zag ik dat hij was teruggekeerd in de abdij. Zijn open kist stond in de abdijkerk, zijn medebroeders eromheen. Het moet avond zijn geweest. De zwarte habijten van de Benedictijner monniken staken af tegen de schaars verlichte wanden.

Inmiddels heb ik in de wachtkamer gezelschap gekregen van een collega. Ze heeft een pak stroopwafels bij zich. We nemen er allebei een. Dan gaat de deur open en horen we de naam van onze vriend. Snel lopen we achter de man in het wit aan door gangen waar hier en daar gewonden op brancards liggen. De behandelend arts heeft nog weinig nieuws. Slikt onze vriend medicijnen? Misschien dat we dit kunnen navragen bij zijn familie? Hij zou ons weer laten roepen als er nieuws was.

Terug op mijn ijzeren stoel, pak ik mijn telefoon en zie op Facebook dat broeder Pieter-Jacob die dag vanuit een volle abdijkerk begraven is. Abt Mathijsen nam afscheid van hem en vertelde over zijn leven. In 1963 kwam broeder Pieter-Jacob in de abdij. Op zijn verjaardag ontving hij het habijt. De kloosterbibliotheek was zijn grote liefde. "Als hij verslag deed van een boek, een lezing, of een gebeurtenis, onthield hij je geen detail." Zijn leven was ook wel moeizaam geweest, maar hij had gedaan wat gedaan moest worden. "Wij geloven en vertrouwen dat Hij je heeft gezien, en dat hij je niet buiten laat staan, maar je nodigt aan zijn tafel, zichzelf omgordt en je bedient", zei de abt. En toen kon broeder Pieter-Jacob naar de hemel.

Nog een keer wordt de naam van onze vriend geroepen. De situatie is ernstig, ze brengen hem naar de intensive care. Er is contact met de familie in Nederland. We lopen achter zijn bed aan en zien hem achter twee zware deuren verdwijnen. Verder mogen we niet.

Stil lopen we het ziekenhuis uit en gaan op zoek naar een taxi. Ik denk aan de nu lege abdijkerk in Egmond-Binnen en aan de Godslamp die daar ergens in het donker moet branden, teken van Zijn vaak zwijgende, maar altijddurende aanwezigheid.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 14 november 2015. 

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube