Spleen

Hoe laat het is, weet ik niet. Ik durf niet te kijken. Straks is het veel later dan ik dacht en lig ik al uren wakker. Slapeloos de nacht door moeten, is jezelf continu voor de gek houden, tot de tijd je uiteindelijk inhaalt. Mijn vrouw en kinderen zijn weg. Het huis is leeg. Voordat ik naar bed ging, heb ik nog een ronde gemaakt langs alle kamers. Het was irritant stil. Het fornuis, de kranen en ook de verwarmingsketel: ze zwegen allemaal. Lafbekken.

De deur van de kamer waar mijn zoon gewoonlijk slaapt, heb ik dichtgedaan. Alsof ik hem daardoor weer terug kon halen en hier houden. De gordijnen heb ik gesloten, het licht aangedaan. Dan denken voorbijgangers op straat: 'Dat huis leeft, daar wonen mensen.'

Ik hoor al een tijdje een knagend geluid onder mijn bed. Ggggg, ggggg. Ik denk aan een liedje op de meest recente, mooie CD van Anne Soldaat.

There's a stranger in the house

I can't breathe until he's found

through the sheets I see a nail

a horn, a furry tail

but I can't turn on the light

'cause there's a stranger in my night

Ook ik doe het licht niet aan. Ik kijk wel uit. In de verte miauwt een kat. Is het de onze? Hij valt weer stil. Even is het rustig, maar dan neemt het geluid om mij heen weer toe. Beneden kraakt een deur en waarom gaat de verwarming plotseling aan? Het kan niet anders of het huis heeft nu definitief de aanval op mij ingezet. Voor je het weet ben ook ik weg. Spoorloos. Opgegeten door de muren.

In mijn hoofd rijden tientallen botsautootjes rond, die elkaar steeds net missen. Een stuk dat af moet, ik moet nog naar de stort, en hoe met het nou verder met al die vluchtelingen? En Léon Spilliaert. Die loopt daar ook rond. En hij wil er maar niet uit.

Spilliaert (1881-1946) was een Belgische schilder die voorkomt in het laatste boek van Joost Zwagerman 'De Stilte van het Licht, schoonheid en onbehagen in de kunst'.

Ik had nog nooit van Spilliaert gehoord, maar de paar pagina's die Zwagerman aan hem wijdt hebben mij meteen voor hem gewonnen. Spilliaert is een metgezel. Ook hij kende de doorwaakte nachten, maar hij trad ze als een heer tegemoet. Zwagerman beschrijft het mooi: "Piekfijn uitgedost - kostuum, gesteven overhemd met staande kraag - scharrelde hij rond in het ouderlijk huis, terwijl het maanlicht de kamers in de grote woning in Oostende spaarzaam verlichtte. Voor Spilliaert moet de nacht synoniem zijn geweest aan ontheemding, verlies, ongerichte angsten. Verlamming. Verkramping. Spleen."

Mooi ouderwets woord is dat 'spleen'. Het betekent zoiets als je 'droevig voelen' en 'geen raad weten met jezelf'. En als je de schilderijen van Spilliaert ziet, begrijp je dat 'spleen' wel. Zo staat er in het boek van Zwagerman een zelfportret van de schilder. We zien hem in de spiegel. De blik koortsig, een oogbal puilt uit de kas, de mond staat open. Zwagerman observeert: "Vermoedelijk reduceerde Spilliaert zichzelf tot een ding; als dit portret een vorm van zelfonderzoek is, dan moet de uitkomst zijn dat de geportretteerde ontdekte dat gewoon menselijk leven niet paste; dat hij een schim was, een omhulsel zonder een vastomlijnde identiteit die zekerheid en, hoe broos ook, enig houvast, bood."

Het ligt voor de hand het boek van Zwagerman ook te zien als een vorm van zelfonderzoek. "Uiteindelijk verdwijnt elke kunstenaar in zijn werk", citeert hij Cees Nooteboom. De zoektocht naar de stilte, het verlangen om er niet te zijn: veel lijkt vooruit te wijzen naar zijn zelfgekozen dood. Maar dan doe ik het boek tekort. Het is toch vooral een duizelingwekkende reis door de kunst. Van Rembrandt tot Rothko. Van Jeff Koons tot Jan van Goyen. Een knetterend boek dat uiteindelijk het leven viert.

Ik moet toch in slaap gevallen zijn. Droomloos. Tot ik wakker wil worden en ik me verstrikt voel in de dekens die aan mijn lichaam lijken te zijn vastgelijmd. In de verte hoor ik een kat miauwen en de presentator van dienst op Radio 4 zijn programma afkondigen.

Dan ben ik wakker. Het is licht. De kat miauwt nog altijd. Ik ga op zoek. Zij blijkt in de kamer van mijn zoon te zitten. Ik doe de deur open en bevrijd haar. Luid miauwend wrijft zij met haar kop tegen mijn blote benen.

We zijn allebei opgelucht.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 24 oktober 2015. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube