De spanning van het niemandsland

Ik zit in zo'n harde luchthavenstoel met uitzicht op de deur die uiteindelijk naar mijn huis moet leiden: gate D1. Mijn vlucht gaat om 17.40 uur. Om mij heen is iedereen nerveus. Luchthavens maken het slechtste in de mens los. Je raakt sneller over je toeren en geeft je over aan eten en het doen van aankopen waar je tijdens het opstijgen al spijt van hebt.

Toch zit ik redelijk op mijn gemak. Een deel van die tevredenheid is terug te voeren op mijn nieuwe, compacte koffer die voor mij staat. Hij is van een bekend merk, heeft maar liefst drie sloten, en wieltjes die alle kanten op kunnen draaien. Mij kan niets gebeuren. Op televisieschermen die aan het plafond hangen, wordt een nieuwsprogramma getoond. Zonder geluid. Colonnes mensen met verweerde gezichten op weg naar een beloofd land. Een baby huilt geluidloos.

Ik heb het warm. Buiten is het dertig graden en de airco werkt hier maar matig. Ik kijk naar het bord met de vertrektijden: estimated departure: 18.20 uur. "Ze zeggen dat het weer te slecht is om te vertrekken", zegt een mevrouw naast me. "Gelooft u dat?"

Ik kijk naar buiten en kan nog geen tien meter ver kijken. Het is alsof alle wolken van Europa bezit hebben genomen van de startbaan. Ik wil eigenlijk wel wat eten, maar durf niet bij de gate weg. Strak gaan we toch eerder weg. Om mij heen loopt het leeg. Passagiers van vliegtuigen die wel vertrekken. Ik benijd hen. Op de televisieschermen zie ik voor de vijfde keer het weerbericht. Boven Rome ligt inderdaad een regengebied.

Ik probeer wat te lezen in een dikke biografie van paus Franciscus die ik al een paar uur met me mee tors, omdat die niet meer in mijn koffer paste. Maar het lukt me maar moeilijk mijn aandacht erbij te houden. Ik kijk naar de cover. Franciscus zwaait lachend naar me. Hij moest eens weten. Nog maar een keer naar de monitor met onheilstijdingen: estimated departure 20.40 uur. Drie uur vertraging. In de verte zie ik een lange rij bij de balie van de luchtvaarmaatschappij. Ik loop erheen en sluit aan. "Je krijgt een voucher van negen euro", zegt de man voor me. "Daar kan je toch niks mee?"

Ik koop een broodje en wat water en loop terug naar mijn ijzeren stoel. Mijn telefoon heeft nog 1 procent en ik heb geen oplader bij me. Ik stuur een smsje naar huis over de laatste vertraging. Dan is mijn telefoon dood. Nu ben ik echt alleen. Ik besta niet meer. Als mij nu iets overkomt, zal niemand het thuis weten.

Terug naar mijn boek. Ik lees over het conclaaf waarin Jorge Mario Bergoglio tot paus gekozen werd. Hij wist niet wat hem overkwam. In zijn witte soutane liep hij de Sixtijnse kapel uit op weg naar het balkon van de Sint Pieter. Volgens ooggetuigen zag hij er erg gespannen uit. Voordat hij de confrontatie aanging met de 250.000 mensen op het Sint-Pietersplein, liep hij als Franciscus de Paulijnse kapel in, die naast de Sixtijnse ligt, om daar kort te bidden. Toen hij weer naar buiten kwam zag hij er ontspannen uit. Hij had zijn lot aanvaard. Kon ik dat maar.

In de verte klinkt rumoer. "Hij is gecanceld", schreeuwt iemand. "We moeten naar terminal 2." Opeens begint iedereen te rennen. Ik ga er maar achteraan. Met de ene hand sleur ik mijn koffer achter me aan, met de ander houd ik krampachtig de biografie van de paus vast.

In de terminal staat inmiddels een lange rij voor de counter. De emoties lopen op. Als ik na een uur aan de beurt ben, blijkt dat ik pas twee dagen later naar huis kan: ik ben gestrand. Van de luchtvaartmaatschappij krijg ik gratis twee nachten hotel.

De busrit naar dat hotel, gelegen aan een uitvalsweg van de stad, lijkt eindeloos. Als we er eindelijk zijn, verspert een slagboom ons de weg. In de verte kunnen we de lichten van de receptie al zien. Dan komt er een Afrikaanse man aangelopen, die in alle rust voor ons de slagboom open doet. We zijn veilig.

Het is twee uur in de nacht als ik mijn kamer betreed. Ik doe de televisie aan en zie dezelfde beelden als op de schermen op het vliegveld. Nu met geluid. Ik hoor het gekerm van de baby keihard de kamer binnenkomen.

En stop met klagen.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 19 september 2015. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube