Eeuwig vijftien jaar gebeleven

We stonden op de trappen van wat ooit het filmmuseum was. Het was opgehouden met regenen en het leek wel of de bomen om ons heen uit puur respect hun bladeren stilhielden. Het Vondelpark hield de adem in. Hier ging iets bijzonders gebeuren. Voor ons krioelde het van de hardlopers, fietsers, toeristen. Ze wisten niks. Wij waren uitverkoren en uit alle hoeken van de wereld naar Amsterdam gekomen voor een honderdjarige. Met een glas prosecco in de hand wachtten we op haar. Een Duitse filmploeg stond klaar om haar entree niet te missen.

Opeens was haar auto daar. Ze stapte uit en liep met de levenslust van een jong meisje de trap op. Gretig bijna, met de houding van iemand die het leven elke dag weer een ferme klap op de schouder geeft. Eenmaal boven vroeg ze om een glas prosecco en riep uit: "Op het leven."

Zes jaar lang woonden Elisabeth Fisher-Spanjer en ik naast elkaar in een groot anoniem flatgebouw in Amsterdam-Slotervaart. Ik was jong en veel op reis. Zij lette op mijn appartement als ik weg was en bestookte mij voor de rest met adviezen, suggesties en bevelen. "Als je nou in New York bent, ga dan hierheen en sla dat andere museum toch over." Ik werkte bij de televisie en daar had ze geen hoge dunk van. Oppervlakkig medium. Lezen moest ik. Had ik dat ene boek van Karel van het Reve nog niet gelezen? Nee? Dan kreeg ik het van haar.

Ik verhuisde op een gegeven moment, maar we lieten elkaar niet los. En vandaag werd ze honderd. De dag ervoor had ze in NRC Handelsblad teruggeblikt op haar leven 'Het was een krankzinnige eeuw', stond er boven het interview. En dat was het.

Ze werd geboren in 1915, midden in de Eerste Wereldoorlog. Haar ouders waren anarchisten. Op haar vijftiende ging ze van school en trok in bij een voormalige communist die zich van Stalin had afgekeerd en zijn eigen trotskistische splinterpartij was begonnen. Later werd zij zijn minnares. Het is altijd onrustig gebleven in het leven van Elisabeth. Een kleine greep: in de linkse jeugdbeweging van de jaren dertig leerde ze de latere Duitse bondskanselier Willy Brandt kennen, met wie ze een hechte vriendschap ontwikkelde. Ze zat in het verzet, maar werkte tegelijkertijd voor een Nederlandse filmmaatschappij die deel uitmaakte van het Duitse propaganda-apparaat. Tijdens de Hongaarse opstand (1956) was ze actief in het vluchtelingenwerk en later raakte ze bevriend met de Russische dissident Andrej Sacharov. Elisabeth was altijd daar waar de geschiedenis bezig was een bladzijde om te slaan.

Door een oogziekte ziet ze nu alleen nog maar silhouetten ("Stijn, ben jij het?"), maar haar geest is nog even scherp als pakweg vijfentachtig jaar geleden. Poetin is een linkmiegel en Grieken belazeren de boel waar je bijstaat.

In een andere ruimte van het café-restaurant is het ook feest. Ik kijk even naar binnen en zie roze en witte ballonnen. "Het is een babyshower", zegt een meisje van de bediening tegen mij. "Gezellig toch, zo in combinatie met die mevrouw die honderd is geworden?" Zeker gezellig, maar bovenal een mooi toeval. Ik loop terug naar Elisabeth die weer bezig is een toost uit te brengen. "Op mijn afwezige vrienden, op mijn mannen en ook op mijn kinderen die er niet meer zijn. Mijn moeder zei altijd: 'Gebruik je brein goed en bruis in het leven'. Doe dat ook, lieve mensen."

Als ze weer op haar stoel zit, kniel ik bij haar neer. "Heb je ergens spijt van?", vraag ik haar. "Ach jongen, ik heb geleefd en ik kan het leven niets verwijten. Dingen gaan zoals ze gaan. Weet je, ik werd vanochtend wakker en voelde me weer een zuigeling."

Ik dacht aan het feest in de ruimte ernaast en aan Harry Mulisch. Die had het altijd over een eeuwige leeftijd die los staat van de verjaardagskalender. Een mooi idee en passend bij een man die zijn eigen universum schiep en erin ging wonen. Mulisch dacht zelf dat hij voor eeuwig zeventien was.

Laatst ontmoette ik een theoloog die bij zijn geboorte al dik in de tachtig moet zijn geweest. Zelf ben ik vijfentwintig en koester ik de illusie dat mijn leven nog voor mij ligt. Tijd is een krankzinnig iets.

En Elisabeth? Bij het verlaten van het restaurant, kijk ik nog één keer om. Daar zit de honderdjarige, bruisend, te midden van haar vrienden.

Verreweg de jongste van het hele spul.

 

Deze column verscheen erder in Trouw van 27 juni 2015. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube