Turijn, de lijkwade en de dood van Primo Levi

Turijn is een stad die dingen verbergt. Niet in de geniepige zin van het woord, maar meer vanuit een soort bescheidenheid.

Het feit dat een van de plaatselijke voetbalclubs volgende week de finale van de Champions League speelt, lijkt hier soms een zorgvuldig bewaard geheim. Haar grootste toeristische attractie, de Lijkwade van Turijn, wordt maar eens in de zoveel jaren uit haar schuilplaats tevoorschijn gehaald en aan het publiek getoond, zoals dezer dagen.

Hiervoor ben ik naar de stad gekomen. Ik schuif aan in een lange rij pelgrims. Met een kleine groep uitverkorenen mag ik naar binnen. Eerst krijgen we een video te zien over het linnen kleed dat door sommigen voor de lijkwade van Christus wordt gehouden. We zien de afdruk van een man die inderdaad op Jezus lijkt. Alle kruiswonden worden en detail getoond. Een litanie van forensische bewijzen. We nemen ze goed in ons op, zodat we ze even later kunnen herkennen.

Eerst zien dan geloven.

Eenmaal bij het doek, moeten we stil zijn en klinkt er een gebed door luidsprekers. Je moet goed kijken wil je wat zien. De vrouw naast mij bidt zachtjes mee. Ik blijf stil en denk aan Primo Levi. Sinds ik hier ben, denk ik aan Primo Levi. Turijn was ook van hem.

Levi was een Italiaans-Joodse schrijver die eind 1943 werd opgepakt en naar Auschwitz werd gedeporteerd. Daar werkte hij als dwangarbeider voor chemieconcern IG Farben. Van de Italiaanse Joden die in Auschwitz terechtkwamen, was Levi één van de weinigen die de verschrikkingen overleefde. Dat kwam onder meer omdat de Duitsers Levi, die chemicus was, goed konden gebruiken. Bovendien sprak hij Duits, voor de oorlog de spreektaal van de scheikunde. Eenmaal terug in Turijn schreef hij al vrij snel 'Is dit een mens', een van de meest indrukwekkende boeken over de Duitse vernietigingskampen.

Als ik de kathedraal ben uitgelopen en die lijkwade even laat voor wat het is, loop ik naar een boekhandel en vraag naar 'Is dit een mens'. De verkoper moet even zoeken, maar vindt het uiteindelijk toch. Eenmaal buiten ga ik op een muurtje zitten en begin te lezen, of liever gezegd te herlezen. Ooit las ik het in het Nederlands. Langzaam komen de zinnen terug in het Italiaans. "Zo verdwenen, in één enkel verraderlijk ogenblik, onze vrouwen, onze ouders, onze kinderen. Bijna niemand had gelegenheid afscheid te nemen. We zagen hen nog enige tijd als een duistere massa aan het andere eind van het perron, en toen zagen we niets meer."

Bij aankomst in Auschwitz krijgt Levi een nummer (174517). Naarmate het boek vordert, verdwijnt zijn persoon langzaam maar zeker in de ijzige mist van het kampleven, tot er bijna niets meer van hem over is. Behalve zijn taal, zoals Pieter Steinz schreef. Taal als laatste bewijs dat je bestaat.

Het huis waar Levi een groot deel van zijn leven woonde, blijkt niet ver van mijn hotel te liggen. Het is een donker, onopvallend palazzo. Tevergeefs zoek ik naar een plaquette of een ander eerbewijs aan Levi. Op 11 april 1987 werd zijn levenloze lichaam hier in de liftkoker gevonden. Waarschijnlijk had hij zelfmoord gepleegd. Geen woorden meer over. Als ik wegloop zie ik dat de naam Levi nog gewoon bij de bel staat.

De rest van mijn verblijf in Turijn is Levi dichtbij mij. Maar ook die lijkwade blijft mijn aandacht vragen. Er blijkt een heel museum aan gewijd. Daar zie ik een schilderij van Giovanni Battista della Rovere (1560-1627). Jezus is net van het kruis gehaald en wordt in een lijkwade gewikkeld. Het schilderij is wazig, de toelichting op de audiotour overvloedig. Taal spoelt het beeld weg.

Voordat ik weer vertrek, wil ik nog naar het graf van Levi. De taxirit naar de begraafplaats duurt lang. In een kantoortje waar je informatie kunt krijgen, hangt een foto van Albert Einstein.

De begraafplaatsmedewerker speelt met zijn mobiele telefoon. Op een plattegrond tekent hij met een blauwe pen voor hoe ik moet lopen. En toch verdwaal ik tussen al dat marmer en de foto's van al die vriendelijke Italianen op de graven.

Dan zie ik een bord met zijn foto. Hier moet het zijn. Ik betreed een omheind hof. Een voor een ga ik de graven af. Na lang zoeken vind ik Primo Levi onder een boom. Zijn naam is deels overwoekerd door de klimop.

Nog even en het groen heeft 'm helemaal weggevreten.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 30 mei 2015.

 

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube