Een levenseinde als een waar kunstwerk

Ik had mijn treinreis met de nodige zorg voorbereid, maar kwam desalniettemin te vroeg aan op de plaats van bestemming. Enigszins uit mijn doen liep ik het station uit. Mijn afspraak was pas over een half uur: wat kon ik doen?

De stad lag nog in bed met de gordijnen potdicht. Het was zondagochtend. Misschien was het hier wel altijd zondagochtend.

Voor mij lag zo'n onbarmhartig plein waar ons land patent op heeft. Een op de tekentafel bedachte openbare ruimte van steen waar je vergeefs zoekt naar wat geborgenheid. Nergens een bank. Alleen een paar jonge bomen, nog niet eens sterk genoeg om je aan te verhangen.

Midden op het plein stond een metalen constructie die nog het meest weg had van een platgereden windmolen. Het bleek een kunstwerk te zijn. Eenmaal aangekomen bij de sokkel, schrok ik. Het was van een bekende kunstenaar die ik bewonder. Ik sprak zijn naam hardop uit en meteen daarna zei ik: 'De Kus', want zo heette het. Alsof ik iets moest goedmaken.

Ik liep verder, op zoek naar iets om op te zitten. Aan het uiteinde van het plein stond een gokhal die ook nog gesloten was. Tegen de zijmuur was een ijzeren stang bevestigd, waarop ik plaatsnam. Weer keek ik uit over het plein, nu vanaf de andere kant. De zon speelde met de bladeren van de bomen, maar kreeg er geen vat op.

Een tunnel onder het spoor spuugde ongeïnteresseerd fietsers uit, een voor een. Er waren vijf minuten voorbij van het half uur dat ik moest vullen. Het was hier dat ik de meest recente column van Albert de Lange in Het Parool las.

De Lange (57) werkt bijna dertig jaar voor de Amsterdams krant. Hij is uitbehandeld en beschrijft in korte stukken de weg naar zijn aangekondigde dood. Het zijn nuchtere stukjes, zonder opsmuk. Op schmieren of ander te dik aangezet sentiment heb ik De Lange niet kunnen betrappen. 'Het is tijd om akelige beslissingen te nemen', heet zijn laatste bijdrage. 'Mijn bewustzijn is in m'n buik gaan zitten, zoals dokter Bart het zegt. Hij heeft gelijk. Kon ik tot dusver nog mijn geest boven mijn lichaam uittillen, nu wordt dat steeds moeilijker omdat de 'overload' aan kankercellen in mijn buikholte bezig is de macht over te nemen'.

De Lange is niet de enige columnist die zijn lezers, of die het nou willen of niet, aan het ziekbed plaats laat nemen. Publiek ziek zijn is in, publiek sterven niet langer meer een taboe. Ik lees al die columns, koop er zelfs speciaal de bewuste krant voor. Gefascineerd door het onontkoombare einde, opgelucht dat ik zelf niet aan de beurt ben. Nog niet.

Zo volg ik ook Pieter Steinz (51) al een tijd. Hij schrijft elke twee weken in de zaterdagse NRC een stuk waarin hij zijn ziekte ALS verbindt met de boeken uit zijn leven. Deze keer schrok ik. 'Tijd voor de slotscène?', stond er boven. Was net als bij De Lange het einde nabij? Dat bleek nog niet het geval. De column ging over Seneca, de Romeinse schrijver-filosoof die deze week 1950 jaar geleden een einde aan zijn leven maakte. Hij had zich goed voorbereid en zijn dood werd een waar kunstwerk. Grace under pressure. Dat laatste geldt ook voor Steinz, al stelt hij de slotscène nog even uit. 'Zolang ik nog probleemloos kan typen en pijnvrij bewegen, blijft het leven de moeite waard'.

Voor De Lange is de tijd dus wel op, in ieder geval als columnist. 'Volgende week staat er weer gewoon nieuws op deze plek', noteert hij bijna laconiek. Toen ik deze zin las ging er een lichte huivering door mij heen, zittend op die ijzeren stang aan de rand van dat onbarmhartige plein.

Hij stelt zich nog wel de vraag of hij in het aangezicht van de dood met een column had moeten beginnen. De Lange twijfelt. Het maakte de gesprekken er thuis namelijk niet gemakkelijker op. 'Als iedereen (bijna) alles weet, bedreigt dat toch het exclusieve samenzijn'. Maar hij geeft ook toe dat alle aandacht en liefde die hij van lezers kreeg hem goed deden.

Wat zou ík doen? Die vraag houdt me al een paar dagen bezig. Ik ben hypochonder, expert in denken aan de dood en sinds een maand of zeven columnist. U zal niet de eerste zijn die het hoort, maar mocht het noodlot toeslaan dan gaan we dat samen beleven, beste lezer. Ik kan niet anders, we zijn al zo vertrouwd met elkaar. Bovendien levert het schitterende columns op, dat laten De Lange en Steinz zien.

Uiteindelijk wint altijd de taal.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 18 april 2015. 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube