Op de vlucht voor honderden boeken

Het huis houdt zich kranig, moet ik zeggen.

Als je ervoor staat wijst niets erop dat het wordt klaargemaakt voor zijn reis naar een volgend leven. Dezelfde vitrage hangt nog voor de ramen, als je goed kijkt zie je de contouren van vertrouwde meubels en zelfs de tuin werkt mee. Hoewel hij in december geen kans meer had gezien om bollen in de grond te stoppen, komen er ruim twee maanden na zijn dood toch nog wat tulpen en narcissen naar boven. Aarzelend, dat wel.

Binnen voelt het kaal aan, hoewel er nog zoveel van mijn schoonvader is: heel erg aanwezig en daarom zo ontzettend afwezig. Het vrij-reizen kaartje aan het prikbord, zijn laatste leesboeken op een stapel en bij de voordeur hebben zijn wandelstokken elkaars gezelschap opgezocht.

Met de nodige schroom betreed ik zijn werkkamer. Hier is gelezen, zijn honderdduizenden woorden bedacht en opgeschreven. Een ruimte als een zelfportret. We kijken hem recht in zijn gezicht.

Zijn bureau is nog intact.  Vol knipsels, foto’s van geliefden en kattenbelletjes die zachtjes jammeren omdat ze voor niemand meer bedoeld zijn. Op de grond liggen stapels boeken.  Ze zijn bevoorrecht, want voor de ondergang gered.  De man van het antiquariaat is langs geweest en heeft gekeken en gewogen. Wel, niet. Wel, niet.  Zij dus wel.

Gisteren mochten ze mee naar de grote boekhandel in het centrum van de stad. Daar liggen ze binnenkort in de koopjeskelder samen met de andere weesboeken, vragend om aandacht. Zoals in een dierenasiel tientallen honden en katten bezoekers smeken om mee naar huis te mogen. Haastig gaan de handen van koopjesjagers langs de boekkaften. Even oppakken en vluchtig kijken. Nee, toch maar niet en met harde smak lig je weer tussen je lotgenoten in het stof.  

Met elke lezer die sterft, gaan zijn boeken een onzekere toekomst tegemoet. Miljoenen romanfiguren zijn van het ene op het andere moment ten dode opgeschreven. Ooit zijn ze met liefde op de wereld gezet, een heel leven voor zich. Wie zorgt er nu nog voor ze?

Ook zijn eigen werk staat er, nog compleet, maar kwetsbaar. We stoffen het af en zetten het met liefde terug in zijn kast. Nog even dan. Blessuretijd. God weet voor hoe lang.

Mijn oog valt op de verzamelde romans van de schrijver die in ons land ooit de maatstaf der dingen was. Nu zijn laatste boeken van de leeslijsten verdwenen zijn, wacht hem binnenkort het onbarmhartige niets. Geen leven na de schrijversdood, al probeert een kring van laatste getrouwen nog wanhopig de herinnering aan hem in leven te houden. Een heel oeuvre aan de beademing. Met mijn vinger ga ik langs de ruggen van de romans, alsof ik ze alle tweeënvijftig even kort toespreek. Ik ben je niet vergeten. Dat weet je toch wel?  Maar ik kan je niet meenemen. Echt niet.

Ergens in een anoniem opslag paleis liggen namelijk al exemplaren van diezelfde romans te wachten tot ik ze uit hun gevangenschap bevrijd. In totaal heb ik negentwintig dozen met boeken uit de nalatenschap van mijn vader naar het pakhuis gebracht. Het is er droog en veilig en er klinkt dag en nacht prettige muziek. Maar toch knaagt het. Af en toe rij ik er heen, doe het rolluik open en haal wat boeken uit hun doos. Ze kijken me verwijtend aan. Laatst droomde ik dat ze me achtervolgden. Op de vlucht voor honderden boeken. Ik bleef ze lang voor. Ik ken mijn stad. Vertel mij wat. Maar uiteindelijk kregen ze me toch te pakken en verslonden mij met huid en haar. Sindsdien durf ik niet meer naar het pakhuis.

Ooit bezocht ik in Rome het huis het huis van Mario Praz (1896-1982). Deze excentrieke Italiaanse kunsthistoricus verzamelde jarenlang aardewerk, porselein,  medailles, boekenkasten, schilderijen en veel boeken. Geen spectaculaire dingen, maar alles getuigde van een goede smaak. Na zijn dood kocht de Italiaanse regering zijn huis en het werd het een museum. Alles staat er nog. Een bevroren bibliotheek, er komt niets meer bij. Maar de boeken tellen hun zegeningen: ze weten dat het met de meeste van hun soortgenoten slecht afloopt.

Ik loop hier wel eens ’s avonds langs de huizen en kijk dan naar binnen. Een oude man zit een boek te lezen. Achter hem een fraaie boekenkast, alles nog keurig gerangschikt. Niemand weet nog dat hier over niet al te lange tijd een slachting gaat plaatsvinden.

Als ik ooit een fortuin win, koop ik groot pand en richt het in als weeshuis voor boeken.

‘Redder van boeken’, zal er op mijn grafsteen staan.

 

Deze column verscheen eerder, in licht gewijzigde vorm, in Trouw van 28 maart 2015.

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube