Van de tandartsstoel naar het Libische strand

Ik lag languit in de stoel bij de tandarts, ingesnoerd en met mijn hoofd naar beneden. Omgekeerd gekruisigd. In mijn mond bevond zich een glad doekje dat door middel van een klem om een holle kies was heen gespannen. Dat doekje moest ervoor zorgen dat mijn speeksel bij de behandeling niet in de weg zou zitten. Nu sijpelde dat speeksel weg en kwam het ergens achter in mijn mond terecht waardoor ik de hele tijd moest slikken.

Mijn onderkaak was verdoofd, dacht ik. Ik doe niets bij de tandarts zonder verdoving. Als ik binnenkom en de tandarts zijn hand joviaal uitsteekt om mij te begroeten, ga ik daar niet op in: eerst verdoven.

Daar lag ik dus. De tandarts pakte een boor en zette die op de kies. ‘Als het goed is voelt u nu niets meer, mijnheer Fens.’ Jennggggg.  Een pijnscheut schoot vanuit mijn kaak naar mijn hersenen. En juist op dat moment dacht ik aan Jezus.

Niet zozeer aan de Heer zelf, maar aan dat glitterblad dat ze over hem gemaakt hebben: Jezus!. Dat uitroepteken achter zijn naam doet enigszins overdreven aan. Als er nou een man is die geen leesteken nodig heeft, dan is het de zoon van God wel.

Ik heb even gewacht met het aanschaffen van Jezus!. Al een tijdje loerde hij naar mij vanaf de cover in kiosken, warenhuizen en onduidelijke winkels. Een kruising van Arie Boomsma en songfestivalwinnaar Conchita Wurst. ‘Koop mij, koop mij nou’, leek hij te willen zeggen.

Gisteren ging ik alsnog overstag.  Ik had gelezen dat de uitgever er veertigduizend moest verkopen om uit de kosten te komen en ik wil niet een faillissement op mijn geweten hebben. Jezus ook niet, denk ik.

Dus toog ik naar de tabakszaak bij mij om de hoek. Jezus! Lag tussen de ‘Opzij’ en de ‘Kijk’. ‘Verkoopt Jezus! Een beetje?, vroeg ik aan het meisje dat net bezig was de sloffen met sigaretten te rangschikken. ‘ Redelijk’, antwoordde ze.

Ik zei dat ik geen tasje nog had en liep met Jezus! onder mijn armen naar huis. Toch een beetje ongemakkelijk.

Het is een mooi blad, al ruikt het wel een beetje chemisch. In het voorwoord schrijft hoofdredacteur Arthur Japin hij dat hij niet gelovig is en nooit uit zichzelf een blad over Jezus zou kopen, laat staan er een maken. “En toch, toen het me gevraagd werd, riep ik meteen ja.” Een wonder dus.

Japin ging drie dagen de woestijn in om over Jezus te lezen. Hij kwam veel te weten. ‘Wat een mooi verhaal en wat bedoelt hij het goed. Wat zonde dat mensen ermee aan de haal zijn gegaan’, schrijft hij. Tja, mensen. Ze doen malle dingen, roepen van alles en nog wat in de naam van de Heer en maken een glossy over Jezus. 

In die glossy schrijft Leo Blokhuis over Jezus in de popmuziek, pleit psychiater Bram Bakker ( daar is ie weer) voor vergeving en is er zoiets als de rubriek ‘Koken met Jezus’. Maar er staan mooie portretten van vrouwelijke dominees in en foto’s van plekken waar Jezus geweest moet zijn.

Ik heb nog eens goed gekeken, maar het strand van Libië zat er niet tussen. De Jezus! ten spijt, wil de smaak van bloed maar niet uit mijn mond verdwijnen. En dat komt niet door de tandarts.

Ik zie ze weer lopen, die eenentwintig arme zielen langs de zee. Oranje pak aan, handen geboeid, ieder een eigen beul. Het was een bewolkte dag daar in Libië, zo te zien. Egyptische kopten, genadeloos afgemaakt hier niet eens zover vandaan. Zelfs de zee kleurde rood. Hun laatste woorden zouden Ya Rabbi Yasou,” of wel  “Mijn Heer Jezus” zijn geweest. Was Hij daar dan en keek Hij toe bij die eenentwintig onthoofdingen? 

Dit zijn hun namen. Wel lezen!

Milad Makeen Zaky, Abanub Ayad Atiya, Maged Solaiman Shehata, Yusuf Shukry Yunan, Kirollos Shokry Fawzy, Bishoy Astafanus Kamel,Somaily Astafanus Kamel, Malak Ibrahim Sinweet, Tawadros Yusuf Tawadros, Girgis Milad Sinweet, Mina Fayez Aziz, Hany Abdelmesih Salib, Bishoy Adel Khalaf, Samuel Alham Wilson, Ezat Bishri Naseef, Loqa Nagaty, Gaber Munir Adly, Esam Badir Samir, Malak Farag Abram, Sameh Salah Faruq en een onbekende arbeider uit het dorp Awr.

Van die laatste omschrijving moest ik zachtjes huilen.

Het is niet echt iets voor een glossy en nou ken ik Jezus niet zo goed als Arthur Japin, maar toch denk ik dat Hij die lijst met namen bij de tweede druk van Jezus! zou afdrukken.

Op de cover. Zijn we meteen van die rare Jezus-foto af.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 21 februari 2015.

 

 

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube