Het kerkhof van mijn jeugd

Naast de kerk in het dorp waar ik opgroeide, ligt het kerkhof van mijn jeugd. Er is waarschijnlijk geen plek waar ik zoveel in gedachten loop. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat je er de zee hoort -daarvoor ligt ie net te ver weg-maar je voelt hem wel.

Links naast de ingang ligt een vriend van de familie: hij was mijn eerste dode. Zijn graf heeft tot nu toe alle ruimingen overleefd.  Ik loop door en denk aan de gezusters Maasbommel, twee pastoorsmeiden, zoals dat vroeger heette. Ongetrouwd natuurlijk en al vroeg heel erg oud. Ze verhuisden mee met elke pastoor die ze dienden. Ik zie ze nog samen door het dorp lopen, de kleinste altijd voorop met de boodschappentas in haar hand. Samen werden ze hier begraven, maar hun graf werd al snel geruimd.  Van hun aanstekelijke achternaam maakten mijn broer en ik in onze jeugd  een liedje: ‘Hommeldebommel wat een gestommel, het zijn de gezusters Maasbommel’.

Op hun plek ligt nu de directeur van de VVV die hinkend door het leven ging.  Twee rijen verderop zie ik een grafsteen met een esculaap erop, dat moet de apotheker zijn.  Ook hij liep niet helemaal goed. Daar ligt mijnheer Takes, tegen wie ik menig potje schaak speelde. Hij won meestal. Naast hem mijnheer Zijp van de politie  en daar schuin achter oom Wim. Dat was eigenlijk geen oom van mij, maar een goede vriend van mijn ouders. Oom en tante zeggen tegen mensen die geen familie van je zijn, weer zo’n gebruik dat geruisloos is verdwenen. Waarom eigenlijk?

Ik draai me op en kijk tegen de zijkant van de kerk aan. Als ik door zou lopen zou ik door de ramen naar binnen kunnen kijken. Een paar jaar geleden was ik er weer eens. Het rook er nog altijd hetzelfde, maar voor de rest was bijna alles veranderd. De banken waren weggehaald en vervangen door comfortabele stoelen. Achterin de kerk was een ontmoetingsruimte gemaakt met een luxe toiletblok.  Alle mysterie van het gebouw was er vakkundig uit gesloopt. Alleen de Christus aan het kruis met die gapende wond in zijn zijde, maakte mij nog altijd bang.

Ik weet nog goed hoe de zijdeuren van de kerk opengingen en wij achter de kist van mijn moeder aan het besneeuwde kerkhof opliepen. Daar ligt zij nu recht tegenover haar broer en ouders, in haar eigen thuisland. Zelf ‘woont’ ze in bij haar schoonmoeder, twee onder één kap. De naam van mijn moeder is niet meer helemaal goed meer te lezen en de boompjes die we er hadden neergezet zijn door de beheerders bruut weggehaald. De eenzaamste plek van het land.

Ik moest veel denken aan mijn moeder door al dat gesodemieter bij de V&D. Dat was haar zaak. Een keer in de zoveel tijd namen wij de bus naar Haarlem, stapten uit in de Tempelierstraat – wat een wonderlijke naam is dat toch- en liepen dan naar de V&D. Wat we  dan kochten ben ik vergeten, maar we bleven er vaak een halve dag. En maar die roltrap op en af. Mijn moeder vertelde mij dat toen ik er voor het eerst op stond en we bijna boven waren, ik in paniek raakte, bang als ik was net als de roltrap in het niets te verdwijnen. Pas toen ik een paar keer gezien had dat we tocht omhoog overleefden, was ik gerustgesteld.

Met elke vestiging van de warenhuisketen die gesloten dreigde te worden, ging mijn moeder weer een beetje dood. Maar ze is gered, voorlopig.

En ze was al zover weg. Mijn vader heeft zijn eigen dood goed overleefd. Ik kom hem nog met enige regelmaat tijd tegen, als ik zijn naam in een of ander artikel zie staan, maar mijn moeder lijkt in de tijd verdwenen. Hoe klonk haar stem ook al weer? Wat voor handen had ze?

Het liefst zou ik nu naar die badplaats rijden en haar haar levend en wel uit dat graf halen. Nog één keer met haar praten. ‘Mama, wat vond je nou eigenlijk van jouw leven? Hoe zit dat nou met die jeugdliefde met wie je niet mocht trouwen? Dit zijn mijn kinderen, kijk toch eens hoe groot ze zijn geworden. Mama…?’

Ik zat al bijna in de auto, maar ben net op tijd weer bij zinnen. Ik pak mijn laptop, doe ‘m open en ga naar ‘inlogcodes wijzigen’. In het vakje dat verschijnt, type ik haar naam en geboortejaar: HELENA32.

Ze was mijn moeder en ze heeft mij het leven gegeven. Morgen was ze jarig.  

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 14 februari 2015.

           

           

           

           

            

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube