De laatste uren van de tussentijd

Het is nieuwjaarsochtend, maar ik wil er nog niet aan. Bij mij is het nog 2014. Het huis slaapt nog. Op straat is het ook stil. Hier en daar liggen wat vuurwerkresten. De buurman laat zijn hond uit.

Van mij had het nog niet gehoeven, dat nieuwe jaar. Gelukkig als ik was in de mooiste periode van het jaar, die tussen kerst en nieuwjaar, als de tijd lijkt stil te staan. De tussentijd.

Die liefde voor de laatste dagen van december had ik als kleine jongen al. Ik stelde me dan de stal van Bethlehem voor: Jezus was geboren, de herders waren weer weg en de drie koningen nog niet in zicht. De jonge ouders waren alleen met hun kind.  Eindelijk rust. Ikzelf zat bij de kerstboom en keek uit het raam. Buiten was de tijd opgehouden te bestaan. Het tuig van het dorp liep door de straat op roofjacht, maar ze konden mij niets maken. Als op oudjaar het knallen begon, was het alsof er gaten werden geschoten in mijn zelfgebouwde fort: de laatste uren van de tussentijd waren aangebroken. Die kwam nog even terug bij die andere traditie: het Nieuwjaarsconcert uit Wenen, een stad die uit de tijd lijkt te zijn gestoten.

Ook nu ben ik de enige die naar het Nieuwjaarsconcert wil kijken. Daar is het vertrouwde beeld  weer van de Musikverein, vol met bevroren mensen. En daar klinken de eerste maten al weer van een Strausswals. Ik hou me vast aan het bekende, omdat ik de toekomst wantrouw.

De afgelopen week las ik de laatste bundel van de dichter Leo Vroman die luistert naar de naam Die vleugels. Het titelgedicht staat op de achterkant.

 

Met een uitzicht voor de boeg

en de vlerken van een vlinder

kom ik al ver genoeg.

 

Iemand die het weten kon noemde hem ooit onze ‘vlakbijste dichter’. Vroman overleed vorig jaar op 98-jarige leeftijd. Als je zo oud bent , wòrd je op een gegeven moment de tijd. In zijn laatste bundel kijkt Vroman naar zichzelf, zijn hoge leeftijd en de dood. Zijn eigen sterven beziet hij speels en met nieuwsgierigheid.

 

Zalig om straks as te wezen

en mijzelf uiteen te vegen,

los van vragen, vrij van vrezen.

De lokale wind en regen

 

waaien vredig door mij heen.

 

Het zijn voor mij gedichten uit de tussentijd.

 

Dromen, of maar slapen van

een derde dimensie in mijn verschiet-

als een rups dat kan,

waarom ik niet?

 

In Wenen is het inmiddels tijd voor de break. Dan stopt het orkest even met spelen en verlaten de camera’s de Musikverein. Ze gaan het moderne Wenen in, samen met balletdansers en violen. Kijk, daar hou ik nou niet van. Ik wil oude mensen, klassieke muziek en niet de waan van de dag.

Het maakt in mij dezelfde reactie los, als die man die ik vorige week tegenkwam in het bos. Ik was weg van de bewoonde wereld, los van de paden en op mijzelf aangewezen. Plotseling zag in de verte een man op mij afkomen. Hij was lang en had een hond bij zich die op mij af kwam gerend. Ik ben panisch voor honden. Die hond schudde ik van mij af en pas toen kreeg ik door dat de man aan het bellen was. Midden in een bos. Een of ander zakelijk ouwehoergesprek. Het was alsof ik een stomp in mijn maag kreeg. Ik had hem moeten aanvliegen.

Ik wil terug naar vorige week. Dagen van doelloos dwalen. Over kerkhoven om je ouders op te zoeken en te moeten constateren dat ze nieuwe buren hebben gekregen. Gravend in lang niet geopende kasten, op zoek naar oude handschriften. Ik zou willen dat het maanden kon duren.  

Daar is de Radetzkymars al.  De bevroren armen komen in beweging en klappen mee: tada dam tada dam tada dam tam tam. Ik merk dat ik mee beweeg met mijn rechtervoet. De buurman veegt de vuurwerkresten van de straat. Verderop arriveert het eerste bezoek. Het nieuwe jaar is nu echt begonnen, ik kan er niet meer om heen.

Maar het verlangen naar de tussentijd blijft.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 3 januari

           

 

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube