Rome betovert iedereen, maar de paus vergeet ons

Ik begon mijn loopbaan ooit als stagiair bij de toen nog erg kerkelijke actualiteitenrubriek Kruispunt TV. Een van de eerste taken die mij werd toebedeeld was het bijhouden van de tijdschriftenkast. Daarin stond seculiere lectuur als Vrij Nederland en Elsevier, maar ook meer kerkelijke bladen als het Katholiek Nieuwsblad en het nogal saaie ‘Diakonie en Parochie’.  Een van mijn grote favorieten – alleen al vanwege de titel- was ‘Oecumenens’ . ‘Voor mensen die het serieus menen met de oecumene’, stond er op de voorkant. Als die ene kerk van Christus er maar niet wil komen, moeten we het wapen van de woordspeling maar eens inzetten, zal de redactie gedacht hebben.

Zoals je je kan afvragen wat er van een vage kennis is geworden, heb ik laatst ‘Oecumenens’ eensingetoetst bij Google. Voordat ik het wist, kwam ik terecht op de site van het Landelijk Oecumenisch Platform (LOP), blijkbaar de opvolger van Oecumenens. Ik trof het platform op een slecht moment want het had zichzelf net opgeheven. Op de homepage werd Jesaja geciteerd: ‘Zie ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het, heb je het nog niet gemerkt?’

Nee, ik had het nog niet gemerkt.

Deze maand is het vijftig jaar geleden dat de rooms-katholieke kerk zich met de conciliedocumenten over de kerk (Lumen Gentium) en de oecumene (Unitatis Redingratio) definitief bekeerde tot de oecumenische beweging. Volgens de katholieke theoloog Hendro Munsterman, kenner van de oecumene, is er sindsdien veel gebeurd. Op plaatselijk niveau hebben de verschillende kerken elkaar weten te vinden om samen te bidden en de armen te dienen. De laatste tijd zit daar echter de klad in en ‘trekken sommigen zich weer terug op hun kerkelijk erf.’

Met spijt stelt Munsterman op zijn site vast dat sommige katholieken- onder wie ook bisschoppen- ‘hun tijd en energie lijken te steken in het ‘bekeren’ van individuele protestanten of orthodoxen tot de Catholica, dan in het gepassioneerd zoeken naar de kerkelijke eenheid waartoe de katholieke kerk zich sinds het concilie verplicht weet.’

Juist nu reis ik met een groep lezers van deze krant naar Rome, een stad die ook probeert zieltjes terug te lokken naar de Moederkerk. Het overgrote deel van mijn reisgenoten is protestant, maar er zijn ook een paar katholieken bij. Voor hen is het een thuiskomst, de protestanten zijn aanvankelijk behoorlijk huiverig voor al die paapse weelde.

Samen slenteren we door de Eeuwige Stad in de voetsporen van Maarten Luther die hier vijfhonderd jaar geleden voor het eerst een hekel aan de paus en zijn entourage kreeg en uiteindelijk ook aan Rome. Dat laatste gebeurt bij ons niet. Integendeel. Rome doet haar werk en betovert iedereen, ook de volgers van de Duitse kerkhervormer.

Natuurlijk zijn er wel moeilijke momenten, zoals bij het graf van Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde. Die werd ooit mede opgericht  om de lutheranen te bestrijden. Als je goed kijkt zie je dat op het grafmonument een marmeren engeltje gretig bladzijden uit een boek van Luther scheurt. Dat doet wel een beetje pijn. Al eerder is een vrouwelijke deelnemer een kerk uitgerend. Buiten adem. Lichte paniek. Doodmoe van al die katholieke krullen.

Maar er vindt ook toenadering plaats. ’Ik ben op deze reis veel katholieker geworden’, fluistert een vrouw mij toe zonder dat de anderen het kunnen horen. ‘Misschien ga ik binnenkort een keer naar een mis.’

Op de laatste dag gaan we naar de paus. Urenlang zitten we op het Sint-Pietersplein in de regen te wachten totdat Franciscus aan zijn rijtoer begint. We hopen dat hij bij ons halt houdt om deze jonge oecumenische gemeente begroeten. Dat gebeurt niet, maar we zien hem wel van dichtbij. In de verte zie ik tientallen Nederlandse katholieken zitten die met de KRO in Rome zijn. Zij zitten helemaal vooraan.

Na een vrolijk preekje over de eindtijd, begroet de paus de pelgrims per taalgroep. Zo’n audiëntie is een eigenlijk een schreeuw om aandacht. Word je niet genoemd, dan is je dag in feite mislukt. Nederlanders  horen bij de Duitse taalgroep. Als de paus daar is aanbeland, gebeurt het: ‘Ik heet de Nederlanders van harte welkom, vooral degenen die hier met de KRO zijn’, zegt hij. Vervolgens blijft het stil. Onze groep wordt niet genoemd. Ik kijk naar de gezichten om mij heen. Ze begrijpen het niet. Enigszins beteuterd kijken ze naar hun oranje entreebewijs. Daarop staat de Latijnse versie van het onzevader dat alle aanwezigen geacht worden aan het eind luidkeels mee te zingen

En zo krijgt de oecumene op een regenachtige woensdag op het Sint-Pietersplein de zoveelste klap toegediend.

Had Luther toch gelijk.

 

Deze column verscheen op 29 november 2014 , in licht gewijzigde vorm, in dagblad Trouw. 

 

           

 

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube